Autodelen slaat niet aan

0

Het idee was dat deelauto’s zouden leiden tot een vermindering van het autobezit, maar niets is minder waar. Ze worden namelijk nauwelijks gebruikt. Ruim 970 duizend Nederlanders hebben zich ooit ingeschreven bij een deelauto dienst, maar 80 procent maakt nooit gebruikt van zo’n deelauto, zo blijkt uit onderzoek van Crow, een Kennisplatform voor Mobiliteit (KiM).

De studie leert dat 200.000 Nederlanders afgelopen 3 jaar minimaal 1 keer een deelauto hebben gebruikt. Dat is slechts 2 procent van de mensen met een rijbewijs. Van alle autoritten wordt slechts 0,02 procent met een deelauto uitgevoerd. Dat aandeel is volgens het KiM sinds 2014 niet gegroeid. Van de mensen die wel gebruik maken van een deelauto, gebruikt meer dan de helft dit voertuig hooguit 1 paar keer per jaar. Dan gaat het vaak ten koste van ritten met het openbaar vervoer. De beoogde daling van het autobezit door de deelauto is dus verwaarloosbaar.

De voorspellingen waren ooit heel anders. In 2015 werd nog gedacht dat deelauto’s voor 20 procent van de automobilisten interessant zouden zijn. In de Green Deal Autodelen II uit 2018 streefden overheid en bedrijfsleven nog naar 100.000 deelauto’s en 700.000 gebruikers. Dat bleken luchtkastelen. Wat er wél is gebeurd: sinds 2015 zijn er 915.000 personenauto’s bijgekomen in Nederland. Bert van Wee, hoogleraar Transportbeleid aan de TU Delft, zegt over deze ontwikkeling: “Een aantal jaar geleden was delen bijna een hype. Deelauto’s zouden gangbaar worden, omdat het goedkoper en praktischer zou zijn. In de praktijk blijken mensen liever de beschikking te hebben over een eigen auto. Voor een deel van de mensen biedt een eigen auto namelijk ook plezier en status”.

Een verklaring voor het gebrek aan belangstelling voor deelauto’s is de prijs, zo vermoedt Marco van Burgsteden van Crow. Wie bijvoorbeeld met een voertuig van Greenwheels een dagje naar een vriend wil die 100 kilometer verderop woont, is bijna 120 euro kwijt. “Maar de verborgen kosten van het bezit van een eigen auto zijn ook hoog. Als je één keer in de maand die rit moet maken, is een deelauto al voordeliger”. Veel Nederlanders zijn zich daar evenwel niet van bewust. Met als gevolg dat de op het eerste gezicht hoge kosten van het gebruik van een deelauto er voor zorgen dat zo’n voertuig niet zomaar voor ieder klein ritje wordt gebruikt.

Deelauto’s zouden grote milieuvoordelen hebben. Ze zijn kleiner, zuiniger en vaker elektrisch dan een gemiddelde auto. Als ze strategisch een vaste parkeerplek in de buurt hebben, kunnen ze voorkomen dat er door een huishouden een (tweede) auto wordt aangeschaft, zo is nog steeds de gedachte. Met name in drukke steden wordt de deelauto als het particuliere vervoermiddel van de toekomst gezien. In de Merwedekanaalzone in Utrecht bijvoorbeeld worden 6.500 woningen gebouwd zonder parkeervoorzieningen. Er komen 2 verzamelplekken voor deelauto’s. De bewoners van de nieuwe wijk worden dus op een manier waar de DDR indertijd jaloers op zou zijn geweest min of meer gedwongen om voor deze vervoerswijze te kiezen.

Volgens het KiM kan de populariteit van de deelauto stijgen door autobezit en parkeren duurder te maken waardoor de deelauto financieel aantrekkelijker wordt (het prijsverschil kan verder worden vergroot door de btw op deelauto’s te verlagen van 21 naar 9 procent, zoals bij het openbaar vervoer), maar gemeenten staan niet te trappelen om schaarse parkeerplaatsen voor deelauto’s te reserveren. Bovendien is er in Nederland onvoldoende draagvlak voor het duurder maken van autobezit en parkeren ten gunste van de deelauto. Het zou politieke zelfmoord betekenen als bijvoorbeeld de Partij van de Arbeid dat standpunt zou gaan omarmen. Bovendien staat het duurder maken van autobezit haaks op het principe van rekeningrijden, dat vrijwel zeker ingevoerd gaat worden voor het volgende kabinet.

Van Burgsteden stelt dat de idealistische motieven voor het gebruik van een deelauto inmiddels wel verdwenen zijn. De populariteit kan alleen toenemen als het in de steden praktischer wordt geen eigen auto te hebben. Van Wee vermoedt dat de deelauto over een aantal jaar iets populairder zal zijn. “Maar het zal het huidige autobezit niet vervangen, zeker niet”. Volgens het Crow is er de laatste 2 jaar enige stijging in de populariteit van de deelauto te bespeuren, vooral in de grote steden. Maar het is een groei van ‘vrijwel niets’ naar ‘iets’. Mogelijk, zo hopen beleidsmakers, komt er een opleving als Google Maps naast de openbaar vervoer reismogelijkheden ook beschikbare deelauto’s laat zien. Toch zullen ook dan veel potentiële gebruikers afgeschrikt worden door de kosten.

Reageren is niet mogelijk.