Bij 2 bedrijfsonderdelen van de failliete sportwagenbouwer Spyker is sprake geweest van onbehoorlijk bestuur. Dat constateert curator Dennis Steffens in zijn jongste verslag. Daarmee worden de duimschroeven bij topman Victor Muller harder aangedraaid.
Het gaat om de bedrijfsonderdelen Spyker NV en Spyker Services. Daarvan zouden de jaarrekeningen te laat zijn ingediend. Als onbehoorlijk bestuur bij de rechter vast komt te staan, dan kunnen Muller en zijn financiële rechterhand Arjen Dikken persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de failliete ondernemingen. De laatste ingeleverde jaarrekening is die van 2017 en die werd pas in januari 2019 ingeleverd. Daarna werd het stil. Een jaarrekening moet binnen 12 maanden na afsluiting van een boekjaar worden ingeleverd bij de Kamer van Koophandel, dus ook voor de jaren na 2017 is er sprake van onbehoorlijk bestuur.
Het is echter de vraag of het verder aandraaien van de duimschroeven succes zal hebben. Muller houdt de curator al lang aan het lijntje met beloftes de boedelschuld te betalen. Die beloftes worden echter nooit of zeer beperkt voor de voormalige Spyker topman nagekomen. Het totale boedeltekort is intussen opgelopen tot ruim 1,45 miljoen euro. De terugbetaling van de onbetrouwbare Spyker topman bleef beperkt tot 125.000 euro en nog eens 140.000 euro om de kosten van de faillissementsprocedure te dekken en om de merkrechten te kunnen verlengen. Dit boedelkrediet staat los van de schuld van 1,45 miljoen euro. Daarop is tot nog toe niet afgelost, dus die hoofdsom blijft gewoon staan.
In het verleden, in het faillissement van een ander bedrijfsonderdeel (Spyker Events), liet Muller curator Willem-Jan van Andel jarenlang tevergeefs wachten op afgesproken betalingen. Maar Steffens heeft een stok achter de deur: om Muller te dwingen financieel volledig over de brug te komen, dreigt hij de voor Muller belangrijke merkrechten van Spyker te verkopen. In het faillissementsverslag is te lezen dat de curator de voorbereidingen voor die transactie nog steeds voort zet.
Wie of welk bedrijf die merkrechten zou moeten kopen, is onbekend. Uit de met vertraging gedeponeerde verkorte jaarrekening over 2020 van het Britse zusterbedrijf Spyker Ltd, waarin Muller de restanten van de autobouwer heeft ondergebracht, blijkt dat die onderneming eind vorig jaar financieel evenmin blaakte van gezondheid. Toch heeft de curator er alle vertrouwen in dat de verkoop van de merkenrechten meer dan genoeg kan opbrengen om alle schuldeisers te voldoen. Dan zou een rijke Chinees of Rus (met aandelen in het staatsgasbedrijf?) zich moeten melden. Ook houdt Steffensnog steeds de mogelijkheid open dat Muller alsnog het volledige boedeltekort voldoet. “Ik ben er absoluut niet op uit om hem uiteindelijk persoonlijk aansprakelijk te stellen. Maar als ik er met hem niet uitkom, gaat de verkoop van de merkrechten gewoon door”.
De curator bevestigt dat die verkoop vertraging heeft opgelopen. “Het duurt allemaal wat langer, omdat het complexer is dan gedacht. Ik wil niet zomaar een lijstje merken verkopen; het gaat ook om intellectuele eigendommen als technische tekeningen en ontwerpdata. Voor de verkoop heb ik externe deskundigen ingehuurd, zodat wij het niet voor dumpprijzen hoeven te verkopen”. Pas als de informatie compleet is, kan de verkoop van de merkenrechten en het intellectueel eigendom echt van start gaan. Daar wil de curator zich nu op concentreren en niet op het eisen van een schadevergoeding van Muller vanwege de kwalificatie ‘onbehoorlijk bestuur’.
Als de curator de verkoop van de merkrechten daadwerkelijk opstart, dan betekent dat de rol van Muller definitief is uitgespeeld. Hij raakt zijn geesteskind dan immers definitief kwijt. Tenzij hij met 1,45 miljoen euro over de brug komt, maar tot dusver is hem dat nog niet gelukt. Steffens heeft lang geduld gehad met Muller en niet zijn geduld verloren toen de beloftes van de voormalige Spyker topman stelselmatig niet werden nagekomen, maar nu heeft hij toch het licht op groen gezet voor de voorbereidingen van de verkoop. Het is nu wachten op het moment dat de curator de genadeslag uitdeelt.
