Vorige week was België, althans in ieder geval het Nederlands sprekende gedeelte, in de ban van een voorstel van Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) om de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor in het Vlaamse Gewest te verbieden vanaf 2027. Drie jaar later, in 2030 zou tweedehandsauto’s hetzelfde lot wachten.
Inmiddels is het voorstel van Peeters door de Vlaamse regering aangenomen, maar wel met een paar aanpassingen. Het einde van de nieuwe auto’s met verbrandingsmotor is met 2 jaar opgeschoven naar 2029 en van een verbod op tweedehands personenwagens die rijden op fossiele brandstoffen (inclusief hybrides) is voorlopig geen sprake meer. Bovendien houdt de Vlaamse regering nog een slag om de arm: als de catalogusprijs van nieuwe elektrische auto’s tegen 2029 nog niet “voldoende” gedaald is, dan kan het geplande einde van de personenwagen met een verbrandingsmotor worden uitgesteld.
Febiac, de Belgische zusterorganisatie van de RAI Vereniging, heeft al bezorgd gereageerd en vraagt zich hardop af of Vlaanderen tegen 2029 wel voldoende laadpunten zal hebben voor al die personenwagens en of het Belgische stroomnet die grote vraag aan zal kunnen. De kerncentrales bij onze zuiderburen kraken letterlijk en figuurlijk nu al in hun voegen. Maar netbeheerder Fluvius neemt de bezorgdheid over de stroomcapaciteit weg: “wij zijn klaar voor 1 miljoen elektrische auto’s”.
Volgens berekeningen moeten er echter in België in de periode tot 2029 nog 150.000 laadpunten bijkomen om al die elektrische personenwagens te kunnen opladen. Als je weet dat Brussel trots is omdat het in 2022 “liefst” 250 nieuwe laadpalen wil plaatsen, dan is het duidelijk dat er nog werk aan de winkel is. Maar het belangrijkste is dat het verkoopverbod op tweedehands auto’s met een verbrandingsmotor van tafel is. Dat zou namelijk tot een enorme kapitaalvernietiging hebben geleid en heel veel huishoudens in België in de problemen hebben gebracht.
