Vandaag leren we iets meer over de elektromotor die door Renault in Frankrijk zal worden geproduceerd voor haar komende nieuwe modellen in het C- en D- segment. Het merk met het wybertjes logo werkt hiervoor samen met Valeo.
Renault wilde niet meedoen aan de laadspanningsrace waaraan bepaalde autofabrikanten deelnemen, zowel premium spelers als generalisten. In het bijzonder de Zuid-Koreaanse Hyundai Motor Groep en Porsche / Audi met hun Taycan / e-Tron GT, die allemaal 800 Volt techniek aanbieden, laten zich op dit vlak niet onbetuigd. Sommige autofabrikanten werken zelfs al aan 900 Volt architectuur. Renault houdt vast aan de meer ‘klassieke’ 400 Volt techniek voor haar Mégane E-Tech Electric, maar dat doet niets af aan de kwaliteiten van het product, dat Autointernationaal prees tijdens de eerste test afgelopen november.

De ingewanden van deze Mégane zullen worden geproduceerd in de buurt van het Franse Cléon. De historische Renault fabriek aldaar heeft zijn naam gegeven aan de emblematische familie van verbrandingsmotoren. De transformatie is overigens al enkele jaren bezig want in Cléon worden al geruime tijd de elektromotoren geproduceerd voor de Zoé en de Kangoo Z.E. De fabriek aldaar gaat nu synchrone motoren met gewikkelde rotor assembleren voor de compacte elektrische modellen van het merk: niet alleen voor de Mégane E-Tech Electric, maar ook voor de nieuwe R5.
In samenwerking met Valeo gaat Renault in Frankrijk ook een krachtigere elektromotor (verstoken van magneten en dus van de beroemde zeldzame aardmetalen) produceren. Deze toeleverancier voor de auto-industrie heeft reeds zich ontpopt als een specialist op het gebied van 48 Volt mild hybride techniek, maar krachtige elektrische voertuigen bleven voorbehouden aan partner Siemens. Door gisteren de overname aan te kondigen van Siemens’ aandelen in hun joint venture op het gebied van elektromotoren, voegt Valeo nu een essentiële tweede snaar toe. De fabrikant maakte van de gelegenheid gebruik door een principeovereenkomst (memorandum of understanding) met Renault aan te kondigen om een 272 pk elektromotor in Cléon te gaan produceren.
Hoewel Renault de volledige motor van de Zoé in eigen huis produceert (stator, rotor, vermogenselektronica en versnellingsbak), worden de taken nu verdeeld tussen de autofabrikant en haar Franse bondgenoot Valeo. De eerste zorgt voor de rotor, de tweede voor de stator. “Dit strategische partnerschap zal leiden tot een grote technologische vooruitgang op het gebied van elektrische mobiliteit. Samen met de Renault Groep zullen wij een nieuwe generatie elektromotoren voor auto’s lanceren. Deze nieuwe motor zal voldoen aan de strengste milieueisen en daarnaast de hoogste prestaties bieden”, aldus de nieuwe CEO van Valeo, Christophe Périllat.
Hierbij moet wel opgemerkt worden dat deze motor pas in 2027 in productie zal worden genomen, en waarschijnlijk alleen gebruikt zal worden voor elektrische modellen in de segmenten C en D. Ondertussen zal de Alpine R5 de krachtigste motor erven van de Mégane E-Tech Electric; een exemplaar die goed is voor 215 pk.
