De autoproductie bij Volvo in het Belgische Gent lag vanochtend stil door de oorlog in Oekraïne. De onderdelen voor de bouw van de dashboards waren niet op tijd vanuit Polen in de fabriek gearriveerd omdat de Oekraïense vrachtwagenchauffeurs naar het front zijn gestuurd. De middagploeg kon wel aan de slag.
Volvo werkt net als veel andere autofabrikanten volgens het just-in-time systeem. Dit houdt in dat de onderdelen die nodig zijn voor het assembleren van de auto’s pas in de fabriek arriveren op het moment dat ze nodig zijn. Volvo heeft daardoor niet of nauwelijks voorraad. Dat scheelt normaliter in de kosten, maar nu levert dat problemen op. De frames voor de dashboards waren wel beschikbaar in de Poolse fabriek waar ze gemaakt worden, maar ze raakten vanochtend niet op tijd in Gent. Oorzaak zijn de Oekraïense vrachtwagenchauffeurs die de onderdelen zouden moeten vervoeren. Zij zijn echter massaal naar het front vertrokken.
“Een deel van de ochtendploeg is inderdaad naar huis gegaan”, zegt Barbara Blomme, woordvoerder van de Volvo fabriek in Gent. “Een groot deel van de chauffeurs uit Oekraïne is terug naar hun vaderland. De middagploeg zal wel normaal aan het werk kunnen”.
Grote economische schade
De economische schade als gevolg van de oorlog in Oekraïne kan voor de Europese economie nog wel eens veel erger zijn dan de gevolgen van de coronapandemie. Daarvoor waarschuwt Herbert Diess, de topman van de Volkswagen Groep. Hij wijst onder andere op de forse prijsstijgingen voor grondstoffen en materialen als gevolg van de oorlog. Daarnaast is de toevoer van energie onzekerder geworden. Autofabrikanten, waaronder Volkswagen, BMW en Porsche, worstelen ook met de leveringen van cruciale onderdelen nu fabrieken in het westen van Oekraïne gesloten zijn vanwege de Russische invasie. Daardoor worden de autofabrikanten gedwongen om de productie te beperken.
De problemen door de oorlog in Oekraïne komen bovenop de al bestaande worstelingen van de automakers met tekorten aan onderdelen zoals microchips. Volkswagen besloot onlangs tot nader order te stoppen met het produceren van auto’s in Rusland. De Duitsers hebben eigen fabrieken in Kaloega, ten zuidwesten van Moskou, en Nizjni Novgorod, verder naar het oosten. De productie op beide locaties ligt stil. Er worden ook geen auto’s meer naar Rusland geëxporteerd. Dit betreft niet alleen voertuigen van het merk Volkswagen zelf, maar ook die van dochters als Audi, Porsche en Skoda. Bovendien wordt Volkswagen dichter bij huis ook geconfronteerd met de oorlog. De productie van elektrische auto’s zoals de ID4, de Skoda Enyaq iV en de Porsche Taycan is verstoord wegens een tekort aan onderdelen.
Vooral kabelbomen die normaliter in Oekraïne worden gemaakt, brengen de autofabrikanten nu in de problemen. Niet alleen de verstoring in de directe onderdelenlevering speelt mee, ook indirect kan de oorlog een grote deuk slaan in de productie. Door de oorlog verergert het chiptekort mogelijk weer. De levering van neon vanuit met name Oekraïne (maar ook Rusland) ligt hieraan ten grondslag. Neon is nodig voor de productie van de mcrochips. Analisten van Alixpartners schatten vooralsnog in dat het mogelijk meevalt, want chipmakers wereldwijd zouden een voorraad ‘voor enkele maanden’ aan neon hebben opgebouwd, omdat er al rekening werd gehouden met mogelijke verstoringen in levering vanuit Oekraïne.
