Automobilisten moeten vanaf 2030 gaan betalen voor elke gereden kilometer, ongeacht de locatie of het tijdstip. Ook in het buitenland gemaakte kilometers worden dan in rekening gebracht. Dat is althans het plan dat het kabinet voor ogen heeft met rekeningrijden. De nieuwe heffing komt in plaats van de huidige wegenbelasting en moet in totaal evenveel geld opbrengen.
Het nieuwe plan betekent dat ook mensen die in een elektrische auto rijden gaan meebetalen aan het weggebruik. Wel zo fair natuurlijk. Momenteel betalen bezitters van een elektrische auto nog te weinig belasting om alle kosten te kunnen dekken. Zij dragen ook niets bij via de accijns op fossiele brandstoffen. Naarmate meer mensen elektrisch gaan rijden, wordt het gat in de begroting steeds groter. Momenteel zou er reeds sprake zijn van een tekort van 5 miljard euro.
Voor automobilisten betekent het kabinetsplan dat degenen die veel rijden vanaf 2030 meer moeten gaan betalen dan nu. Mensen die weinig kilometers maken, zijn dan juist relatief goedkoper uit. Dat bevestigen ingewijden over de plannen voor rekeningrijden die minister Mark Harbers (Infrastructuur, VVD) en staatssecretaris Marnix van Rij (Financiën, CDA) hebben opgesteld.
Het ligt volgens bronnen het meest voor de hand om het rekeningrijden te baseren op de kilometerstand. Die zou kunnen worden gecontroleerd als het betreffende voertuig zijn Algemene Periodieke Keuring (APK) ondergaat. Probleem is alleen dat nieuwe auto’s pas na 4 jaar een dergelijke keurig hoeven te ondergaan, en daarna om het jaar. Om te voorkomen dat automobilisten ineens een grote som geld af moeten rekenen, zou men dan de verwachte kilometerstand moeten opgeven. Er wordt ook nagedacht over manieren om die kilometerstand te staven, bijvoorbeeld met een kastje in de auto of met een smartphone. Deze controlemethode kan echter onder vuur komen te liggen als er daarmee een inbreuk wordt gedaan op de privacy van automobilisten. Door het rekeningrijden te baseren op de kilometerstand, worden ook de in het buitenland afgelegde afstanden belast. Dat kan een autovakantie, bijvoorbeeld naar Frankrijk, duurder maken.
Aan de uitvoering zitten dus nog wel de nodige haken en ogen. Zo is het bijvoorbeeld de vraag hoe de gereden kilometers worden bijgehouden en wie dat gaat doen. Ook is nog onduidelijk of er goedkopere tarieven komen voor auto’s die minder milieuvervuilend zijn. Er komt volgens bronnen géén onderscheid tussen spitsuren en minder drukke tijden of snelwegen en andere wegen. Van eerdere plannen met alleen een vorm van rekeningrijden (of kilometerheffing) in de spits is niets terecht gekomen. Rond 2000 trachtte toenmalig PvdA-minister Tineke Netelenbos, die daardoor schertsend ‘Tineke Tolpoort’ werd genoemd, al een vorm van rekeningrijden in te voeren. Ook de invoering van een kilometerheffing onder CDA minister Camiel Eurlings mislukte enkele jaren later. Daarbij zou het tarief per gereden kilometer afhangen van het tijdstip (spits/nacht) en de locatie waarop gereden werd. De kilometerheffing was voorzien voor 2012, maar strandde toen het eerste kabinet Rutte aan de macht kwam. Verkeersdeskundigen waren juist erg te spreken over het feit dat het gebruik van drukke wegen op drukke momenten ontmoedigd zou worden, maar in politiek opzicht waren er te veel beren op de weg.
In het coalitieakkoord staat dat het huidige kabinet in 2030 een systeem van ‘Betalen naar Gebruik’ wil invoeren voor alle vormen van automobiliteit. De coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie heeft afgesproken een dergelijke opzet nu al voor te gaan bereiden. Gedurende deze kabinetsperiode moet de wetgeving daarvoor worden vastgesteld. De heffing is niet tijd- en plaatsgebonden en vervangt dan ook de nog bestaande tol tracés, zoals de Westerscheldetunnel en de Kiltunnel, die overigens relatief weinig geld opbrengen voor de schatkist.
De invoering van deze kilometerheffing brengt nóg een probleem met zich mee. Dit systeem komt in plaats van de wegenbelasting en uit dat potje krijgen provincies nu nog de zogenoemde ‘opcenten’. Dat geld is goed voor bijna het hele budget van de provincies. Het verdwijnen daarvan zou dus een gigantisch gat slaan in de provinciale spaarkassen. Ook daar moet het kabinet nog een oplossing voor zien te verzinnen.
