Volkswagen Groep onder de loep vanwege mensenrechten in China

0

De Volkswagen Groep staat onder toenemende druk om mensenrechtenschendingen in de Chinese provincie Xinjiang, waar het bedrijf sinds 2013  een autofabriek exploiteert, aan te pakken.

Volgens Jörg Hofmann (voorman van vakbond IG Metall) en Stephan Weil (minister-president van de Duitse deelstaat Nedersaksen dat voor 12 procent grootaandeelhouder is van Volkswagen), die beide een zetel hebben in de Raad van Commissarissen, zou de autofabrikant zich moeten verantwoorden hoe het staat met de schending van de mensenrechten in de fabriek in China. Dit Aziatische land is de grootste afzetmarkt voor Volkswagen en goed voor ongeveer 40 procent van de omzet. De regio Xinjiang ligt in het noordwesten van China en huisvest de bevolkingsgroep Oeigoeren.

Mensenrechtengroeperingen en een panel van deskundigen van de Verenigde Naties hebben eerder hun bezorgdheid geuit over dwangarbeid in de regio. China wijst die kritiek stelselmatig van de hand, waarbij beschuldigingen van dwangarbeid “leugens” genoemd worden en het overheidsbeleid wordt verdedigd omdat het een poging zou zijn om armoede en werkloosheid terug te dringen. Maar Hofmann ziet dat anders: “Het lijdt nu weinig twijfel dat er mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Xinjiang. We moeten de feiten concreet afwegen en op basis daarvan de vraag beantwoorden of een beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van Volkswagen aldaar de enige juiste keuze zou zijn”.

De CEO van de Volkswagen Groep, Herbert Diess, verdedigde eerder de aanwezigheid van het bedrijf in de Chinese regio. In april vertelde hij aan het Amerikaanse tv-programma 60 Minutes dat hij “absoluut zeker” is dat er geen dwangarbeid is in de eigen autofabriek en dat de lokale bevolking “veel beter af is” als het bedrijf daar blijft. “Volkswagen is fel gekant tegen dwangarbeid, zegt Nicolai Laude, een woordvoerder van het bedrijf. “In onze wereldwijde zakelijke activiteiten zorgen wij er voor dat onze waarden worden nageleefd en dat onze normen worden gehandhaafd. Dat verwachten wij ook van onze lokale zakenpartners”.

De deelstaat Nedersaksen, de belangrijkste aandeelhouder van Volkswagen, heeft zich aangesloten bij IG Metall, de machtigste vakbond van Duitsland door het bedrijf op te roepen om beschuldigingen van mensenrechtenschendingen in Xinjiang aan de orde te stellen. De ongebruikelijke ingreep van Hofmann en Weil komt nu de autofabrikant te maken krijgt met toenemende kritiek van activisten, de media en politici over haar activiteiten in China, niet alleen de grootste, maar ook de meest winstgevende markt voor de Duitse onderneming.

De stellingname van beide leden van de Raad van Commissarissen van Volkswagen vormt een schril contrast met de woorden van Diess. Die zei in 2019 tegen de BBC dat hij “niet op de hoogte was” van detentiekampen in Xinjiang (vrij naar: “ik heb het niet geweten”). Hofmann vraagt zich echter openlijk af of het niet beter is als Volkswagen zijn activiteiten in Xinjiang beëindigt. De autofabrikant mag van hem niet in een adem genoemd gaan worden voor de mensenrechtenschendingen in China. Weil gaat minder ver en steunt Volkswagen in haar bewering dat zij geen schending van mensenrechten of arbeidsrechten heeft vastgesteld in de fabriek, maar voegde er aan toe dat “dit het concern niet ontslaat van haar plicht om de kwestie intensief aan te pakken en beschuldigingen nauwkeurig te onderzoeken”.

De deelstaat Nedersaksen is zoals gezegd de grootst aandeelhouder van Volkswagen. Een alliantie met werknemersvertegenwoordigers zoals Hofmann zorgt er voor dat zij feitelijk de controle heeft over de beslissingen die door het bedrijf worden genomen. Volkswagen, dat de fabriek in Xinjiang runt met haar joint venture partner SAIC, zegt in een verklaring dat zij “alle belangrijke onderwerpen’ aan de orde stelt in gesprekken met de Chinese overheid.

De interventie van de Duitse deelstaat Nedersaksen kan niet los worden gezien van de verkilde relatie tussen Duitsland en China. Na decennia van goede betrekkingen onder bondskanselier Angela Merkel zijn de spanningen tussen Peking en Berlijn sinds de huidige coalitieregering aantrad toegenomen. China wordt daarbij vooral bekritiseerd door de minister van Buitenlandse Zaken, Annalena Baerbock, en de minister van Economische Zaken, Robert Habeck. Beiden zitten namens De Groenen in de Duitse regering. Vorige maand wees het  ministerie van Economische Zaken 4 aanvragen van bedrijven voor investeringsgaranties in China af, daarbij verwijzend naar bezorgdheid over de mensenrechten. Hoewel Volkswagen niet werd genoemd door Habeck, bevestigden bronnen tegen in de media dat de autofabrikant een van de afgewezenen was.

Recent zijn berichten in de Duitse media gepubliceerd die bewijs leveren over onderdrukking van Oeigoeren. Naast Volkswagen is ook chemieconcern BASF gedwongen haar operaties in Xinjiang te verdedigen. Duitse bedrijven staan juridisch onder druk, omdat zij vanwege een nieuwe wet die volgend jaar van kracht wordt, verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor mensenrechten schendingen bij toeleveranciers of bedrijven waar zij zaken mee doen. Er kunnen boetes worden opgelegd tot 2 procent van de jaaromzet van een bedrijf.

In Nederland heeft Autointernationaal in het verleden al diverse keren gewezen op de mensenrechtenschendingen en smerige economische politiek die China voert, en daarbij de vraag gesteld of dit geen reden zou moeten zijn om auto’s uit de Aziatische land te boycotten. Andere Nederlandse automedia wensen evenwel hun vingers niet de branden aan deze kwestie. Of doen net als Diess dat zij “niet op de hoogte zijn” van dit onrecht.

Reageren is niet mogelijk.