Door de Scénic Vision conceptstudie te onthullen, geeft Renault aan dat zij nog steeds verkooppotentieel ziet in de naam ‘Scénic’, ondanks dat dit model als MPV inmiddels is afgeserveerd. In de toekomst zal deze typeaanduiding gebruikt gaan worden voor een elektrische SUV. Zo radicaal als de conceptversie is, die over waterstoftechniek beschikt, zal de nieuwe Scénic dus niet zijn. Ook het design wordt minder futuristisch. En aangezien de styling van de conceptversie niet alle handen op elkaar kreeg, is dat voor een gezinsvriendelijk volumemodel wel zo goed.
De Scénic is dus dood, maar lang leve de Scénic E-Tech. In 2024 moet de elektrische SUV met deze modelnaam verkoopklaar zijn. De Scénic E-Tech is optisch duidelijk familie van de Mégane E-Tech Electric, maar wordt een slag groter: 4,495 meter versus 4,20 meter. Hiertoe krijgt de nieuwe Renault een gigantische wielbasis van 2,83 meter (Mégane E-Tech Electric: 2,685 meter). Ondanks het verschil in formaat gebruiken beide modellen hetzelfde platform, CMF-EV genaamd. Dat is exclusief bedoeld voor elektrische voertuigen en is modulair van opzet, hetgeen betekent dat er gevarieerd kan worden met zaken als wielbasis, spoorbreedte en overhang achter. Ook de nieuwe Ariya van alliantiepartner Nissan maakt gebruik van het CMF-EV platform. Dat model is met 4,595 meter een halve klasse groter dan de nieuwe Scénic E-Tech.
De Scénic E-Tech zal de sterkste elektromotor van de Mégane E-Tech Electric overnemen: een blok van 218 pk. Daarnaast zijn er varianten van 170 pk en 242 pk gepland. De laatste zal worden gecombineerd met een batterij van 90 kWh. De elektromotoren van 170 pk en 218 pk halen hun stroom uit de reeds van de Mégane E-Tech Electric bekende accu van 60 kWh. De Scénic E-Tech zal in Frankrijk worden geproduceerd in Douai (Noord Frankrijk), naast de Mégane E-Tech en de toekomstige elektrische R5. Dit laatste model zal het CMF-BEV platform gebruiken (een aangepaste versie van de CMF-B architectuur van de Clio). Die basis is gereserveerd voor kleine voertuigen en kenmerkt zich door lagere productiekosten.
De Scénic E-Tech krijgt een duidelijk SUV silhouet met scherpe lijnen, een langere horizontale motorkap dan de Mégane E-Tech Electric heeft, een raampartij die eindigt in een punt aan de achterkant en een originele licht signatuur. Anders dan de conceptstudie krijgt de productieauto geen antagonistisch openende deuren. Die zijn te duur en waarschijnlijk zit het gros van de gezinnen daar helemaal niet op te wachten. Ook wat betreft het passagierscompartiment hoeven we niet te rekenen op extravagantie. Renault is momenteel druk bezig om zichzelf uit de crisis te sturen, en dat vereist een nuchtere benadering.
Aan boord zal de Scénic E-Tech ‘gewoon’ het interieurconcept van de Mégane E-Tech Electric overnemen met de digitale interface in de vorm van een ‘L’. Achterin zal de zitbank verschuifbaar en deelbaar zijn in 67:33 verhouding. De Mégane E-Tech Electric wordt enigszins bekritiseerd vanwege de krappe zitruimte achterin voor lange Noordwest Europeanen (Fransen hoor je hier niet over klagen), maar de Scénic E-Tech zal de kritiek regiobreed doen verstommen dankzij de 14,5 centimeter langere wielbasis. Het passagierscompartiment krijgt veel opbergruimtes. Onder de streep levert dit een zeer praktische auto op. Oftewel een échte Scénic in de geest van de eerste generaties van de compacte MPV!
