Volvo meldt dat het de European Automobile Manufacturers Association (ACEA) tegen het einde van dit jaar zal verlaten, daarbij verwijzend naar verschillen tussen haar emissievrije modelstrategie en die van de Europese autolobbygroep.
De Zweedse autofabrikant heeft zich gecommitteerd om tegen 2030 een volledig elektrisch autogamma te hebben, ruim vóór het voorstel van de Europese Unie voor een effectief verbod op auto’s die op fossiele brandstoffen rijden (vanaf 2035). Volvo is een voorstander van sneller overstappen op emissievrij vervoer, maar nadat het EU-parlement in juni vóór de deadline van 2035 had gestemd, zei de ACEA voorzitter dat “elke langetermijnregulering die verder gaat dan dit decennium in dit vroege stadium voorbarig is”. Volvo is het daar niet mee eens. In een verklaring laat de autofabrikant weten: “Wij hebben geconcludeerd dat de duurzaamheidsstrategie en ambities van Volvo in dit stadium niet volledig zijn afgestemd op de stellingname en manier van werken van ACEA”. “Wij denken daarom dat het beter is om voorlopig een andere weg in te slaan”, zo voegde de autofabrikant eraan toe. “Wat we als sector doen, zal een belangrijke rol spelen bij de beslissing of de wereld een reële kans heeft om de klimaatverandering te beteugelen”.
Het nieuws komt minder dan een maand nadat Stellantis, de op 3 na grootste autofabrikant van de wereld, meldde dat het de ACEA tegen het einde van 2022 zou verlaten, dit als onderdeel van een nieuwe aanpak om problemen en uitdagingen van toekomstige mobiliteit aan te pakken, inclusief een verschuiving van traditioneel lobbyen naar andere manieren van belangenbehartiging.
De European Automobile Manufacturers Association, algemeen bekend onder het Franse acroniem ACEA, is sinds de oprichting in 1991 de belangrijkste lobbygroep van de sector en verenigt Europa’s 16 grote auto-, vrachtwagen-, bestelwagen- en bus fabrikanten.
