BMW schikt met VDL Nedcar voor tientallen miljoenen euro’s als gevolg van het voortijd ontbinden van het productiecontract. Om hoeveel geld het exact gaat, wil VDL Nedcar niet melden, maar het operationeel resultaat bij de auto-assemblagefabriek in Born wordt over 2021 met 80 miljoen euro naar boven bijgesteld.
Er waren afspraken gemaakt dat de BMW Groep tot 2030 auto’s van het eigen merk en van Mini zou laten bouwen bij VDL Nedcar, maar vorig jaar besloten de Duitsers vanwege verslechterende marktomstandigheden eenzijdig het betreffende contract te ontbinden en om de productie naar haar eigen fabrieken te verplaatsen. Als gevolg van deze maatregel zullen in Born eind 2023 de laatste auto’s voor het Duitse autoconcern van de band rollen. VDL Nedcar had gerekend op een veel langdurigere samenwerking.
VDL is voor de toekomst in gesprek is met de Amerikaanse elektrische autobouwer Rivian, nadat het eveneens Amerikaanse Canoo vorig jaar een bouwopdracht voor auto’s afzegde. Met Europese autobouwers is het lastiger onderhandelen, omdat die zich vanwege de tekorten aan halfgeleiders en microchips zijn gaan toeleggen op de bouw van modellen met hogere winstmarges. Het maximaliseren van de productieaantallen heeft niet langer prioriteit. Daarom hebben zij geen interesse meer in aanbiedingen van bedrijven als VDL Nedcar om voor hen auto’s te bouwen.
Toch kan ook Rivian niet bestempeld worden als een ideale opdrachtgever voor de productie van auto’s. De modellen van dit merk (een pick-up en een grote, dure SUV) zijn te Amerikaans van karakter om in grote aantallen in Europa verkocht te kunnen gaan worden. Het zou meer hout snijden als VDL Nedcar de productieorder voor de ‘betaalbare Lightyear’ probeert binnen te slepen. Helaas is dat model waarschijnlijk in 2023 nog niet productierijp.
