VDL Nedcar, de autoproducent uit het Limburgse Born, is afgelopen jaar 2 keer dicht bij een overeenkomst geweest met de nieuwe Amerikaanse fabrikant van elektrische auto’s Rivian. Op het laatste moment kwam er een kink in de kabel, zo verklaarde president-directeur Willem van der Leegte van moederconcern VDL Groep dinsdag in een vraaggesprek bij de Brabantse Ontwikkeling Maatschappij.
Een transactie met Rivian zou een enorme opsteker hebben betekend voor de fabriek in Born, aangezien Nedcar vanaf maart 2024 geen auto’s meer bouwt voor haar huidige klant BMW en diens dochter Mini. Voorlopig is er nog geen opvolger gevonden voor deze contractpartij uit München. Bij VDL Nedcar werken circa 4.000 mensen.
“Wij hadden verwacht dat wij begin dit jaar een akkoord hadden kunnen bereiken met Rivian”, aldus Van der Leegte (foto), die zich nooit eerder zo openhartig uitsprak over de onderhandelingen met de Amerikanen. Maar een overeenkomst bleef destijds uit omdat het aandeel Rivian snel aan waarde verloor, na een aanvankelijk geslaagde beursgang. “Dan worden ze toch zenuwachtig en gaan ze herijken”, zo blikt hij terug. Wat ook niet hielp, waren de problemen waar Rivian mee kampt op het gebied van onderdelenlevering. Het bedrijf heeft daardoor moeite om zijn productieplanning voor dit jaar te helpen.
Rivian ging november vorig jaar naar de beurs, waar het al snel een waardering kreeg opgeplakt van ruim 140 miljard dollar. Maar daarna was het gedaan met de beleggingspret want het aandeel ging vervolgens onderuit, vooral omdat de snelheid waarmee het bedrijf auto’s wist te produceren tegenviel (zie vorige alinea). Momenteel is een aandeel Rivian iets meer dan 31 dollar waard oftewel een kwart van de koers van de eerste dagen na de beursintroductie.
De gesprekken tussen VDL Nedcar en Rivian gingen desalniettemin door, waarna Van der Leegte voor de zomervakantieperiode opnieuw dacht “eruit te zijn”. Maar dit keer kwam het niet tot een deal omdat de Amerikaanse president Joe Biden de subsidiekraan openzette voor de productie van elektrische voertuigen in eigen land. Van der Leegte: “Dan komt er 10.000 dollar per auto op tafel, waardoor zo’n bedrijf zegt: misschien moet ik toch eerst mijn Amerikaanse activiteit uitbreiden, want anders laat ik misschien wel 2 miljard dollar aan subsidies liggen”.
Het in 2009 opgerichte Rivian heeft fabrieken in de Amerikaanse staten Californië, Michigan en Illinois, in Canada en het Verenigd Koninkrijk. In mei kwam het bericht naar buiten dat het bedrijf in de Amerikaanse staat Georgia een assemblagefabriek wil bouwen, waarvoor het 1,5 miljard dollar aan overheidssubsidies krijgt. Deze productievestiging moet aan 7.500 mensen werk bieden en vergt een investering van 5 miljard dollar.
Nedcar lijkt voor Rivian inmiddels een gepasseerd station te zijn. Afgelopen september bleek namelijk dat het Amerikaanse bedrijf in Servië een R&D-centrum wil opzetten. In dezelfde maand sloot Rivian met Mercedes-Benz een memorandum of understanding voor de productie van elektrische bedrijfswagens.
Van der Leegte spreekt in het vraaggesprek bij de Brabantse Ontwikkeling Maatschappij opnieuw zijn vertrouwen uit dat er oplossing komt voor het wegvallen van BMW als opdrachtgever voor het produceren van auto’s. In juli zei VDL Nedcar nog met meerdere potentiële opdrachtgevers uit de Verenigde Staten en Azië in gesprek te zijn. In het interview benadrukt Van der Leegte de kwaliteit van de fabriek in Born. “Wij zijn de op één na beste fabriek in Europa”.
Om de toekomst van VDL Nedcar zeker te stellen, gaat het moederbedrijf tientallen miljoenen investeren in de bouw en inrichting van een mobiliteitscentrum op hetzelfde terreincomplex in Born. Hier moet worden gewerkt aan de ontwikkeling en productie van batterijen, waterstofoplossingen, automatisch rijdende auto’s en productie van kleinere series voertuigen. Het moet werk bieden aan 1.000 tot 2.000 mensen. Van der Leegte: “Wij knokken voor die banen, wij knokken voor die mensen”.
