In een exclusief interview sprak Robert Bonetto, Engineering Director bij Alpine, over de ontwikkeling van de 3 toekomstige modellen die voor dit merk gepland zijn, waaronder de sportversie van de R5.
In de periode 2024 tot 2026 schakelt Alpine een versnelling hoger met de lancering van 3 nieuwe modellen. Het gaat daarbij om een ‘bommetje’ afgeleid van de R5, een cross-over en de opvolger van de A110. Bonetto nam in maart 2020 het stuur over van Patrice Ratti als eerste man van Renault Sport; een label dat een jaar later verdween ten gunste van Alpine. Hij is de man die het toekomstige gamma van de sportwagenspecialist uit Dieppe vorm moet geven. Tijdens het interview gaf de technisch directeur van Alpine meer informatie over de 3 modellen die gepland zijn voor de periode tot en met 2026. Hij verklaarde dat “voor de eerste 2 modellen gaan wij elementen van de Renault Groep hergebruiken. Wij gaan ons richten op sportiviteit”.

Enkele maanden na de Renault R5, oftewel in de herfst van 2024, brengt Alpine daarvan een sportieve versie op de markt. Die zal in Douai worden geproduceerd, oftewel op dezelfde productielijn. Bonetto: “Deze auto is ontwikkeld voor dagelijks gebruik, maar wij gaan voor sensaties zorgen door het onderstel en de configuratie van de batterij aan te passen”. Terwijl de R5 de ePT-100 motor van 125 of 150 pk krijgt, kan de A5 (?) rekenen op het 220 pk blok van de Mégane Electric. “Om die unit te kunnen integreren, moesten wij veel zaken opnieuw ontwerpen. De spoorbreedte is vergroot en de ophanging krijgt een specifieke geometrie”. Daarmee wil Alpine de auto dynamischer te maken. Daarnaast overweegt Alpine een minder krachtige versie door de 150 pk sterke motor uit de R5 te gaan gebruiken. Bonetto zegt dat die versie echter niet direct al bij de lancering beschikbaar zal zijn. Wat de batterij betreft: “deze zal een hogere intensiteit hebben”. In feite zullen de R5 en zijn Alpine-tegenhanger dezelfde batterij van 52 kWh hebben, maar de ingenieurs uit Dieppe herwerken de specificaties. Esthetisch zal de romp ook identiek zijn; de optische verschillen zullen zich vooral op het niveau van de bumpers en de spoilers bevinden.

De toekomstige cross-over, intern gecodeerd als DZ110, zal het CMF-C/D EV platform van de Alliantie gebruiken dat ook onder de Nissan Ariya is te vinden. Met dit voertuig, dat in Dieppe zal worden geassembleerd, “beginnen wij aan een nieuw hoofdstuk uit de geschiedenis van Alpine”, aldus Bonetto. “Er is veel werk verzet aan het onderste, terwijl de elektromotor niet met een Renault model zal worden gedeeld, maar geleverd gaat worden door een gespecialiseerde fabrikant en een hoog prestatieniveau mogelijk zal maken. Het doel is om de wendbaarheid van de A110 te bieden dankzij Torque Vectoring, waardoor de cross-over niet ‘zwaar’ zal aanvoelen en kunstmatige sensaties vermeden kunnen worden”. De batterij van 90 kWh zal worden geproduceerd in de fabriek van Verkor in Duinkerke. Alpine zal de cross-over in het najaar van 2025 lanceren. Bij het model zal (ook) veel aandacht worden besteed aan de aerodynamica. “Efficiëntie is belangrijk omdat dan de batterij verkleind kan worden, waardoor de traditionele sportiviteit van Alpine behouden blijft”. Hiervoor kunnen de ingenieurs rekenen op de specifieke knowhow van het F1-team dat tijdens de Lockdown periode aan het zogeheten DZ110 project meewerkte door technische oplossingen aan te bieden. Bij de lancering zal de cross-over beschikbaar zijn met vierwiel aandrijving, maar Bonetto geeft aan dat een tweewiel aangedreven versie later mogelijk is. Die uitvoering wordt de instapper van de modelreeks waarvan de prijzen bij circa 70.000 euro gaan beginnen.

Over de opvolger van de A110 zegt Bonetto: “We zijn in de voorstudiefase en we zijn de specificaties aan het afstemmen met onze partner Lotus. Het ontwikkelplan ligt nog niet vast en definitieve besluiten nemen we pas in het voorjaar van 2023. Met die tijdsplanning is een lancering in 2026 mogelijk”.
