VS dreigt autofabrikanten uit Duitsland weg te lokken

0

Niet ‘Made in Germany’ maar ‘Made in America’. Duitse politici vrezen dat het voor autofabrikanten verleidelijker wordt om aan de andere kant van de oceaan te gaan produceren, ten koste van autobouw op eigen bodem.

Reden tot zorg is de ‘Inflation Reduction Act’: een mega-investeringspakket dat de Amerikaanse regering van Joe Biden onlangs aankondigde om de inflatie in eigen land tegen te gaan en tegelijk de industrie te verduurzamen. Bedrijven die duurzamer produceren, kunnen rekenen op flinke voordelen.

Onderdeel van dat pakket is dat Amerikanen tot ruim 7.000 dollar korting kunnen krijgen op de aankoop van een elektrische auto. Maar alleen als die in de Verenigde Staten gemaakt is. Dat raakt de Duitse auto-industrie. Want de autofabrikanten aldaar kunnen hun elektrische modellen dus alleen tegen een aantrekkelijke prijs verkopen als die voertuigen van een Amerikaanse fabrieksband rollen, met voor een belangrijk deel in de Verenigde Staten geproduceerde onderdelen. Vergelijkbare eisen gelden voor autobatterijen. Pijnlijk, want de Verenigde Staten is het belangrijkste exportland voor Duitsland en auto’s zijn een belangrijk deel van de uitvoer. Binnen de Volkswagen Groep zou al serieus overwogen worden om meer op Amerikaanse bodem te gaan fabriceren.

“Dit pakket van de Verenigde Staten maakt een groot verschil”, denkt econoom Martin Gornig van het Duitse economisch instituut DIW. Los van de energieprijzen, die aldaar een stuk lager zijn dan in Duitsland, zijn andere concurrentiefactoren voor bedrijven volgens hem redelijk gelijk gebleven. “En nu is er iets bijgekomen, namelijk een prikkel om een vestigingsalternatief in de Verenigde Staten te zoeken”.

Nederlander Andries Broekhuijsen begon 30 jaar geleden een bedrijf in robotonderdelen in het Duitse Dülmen, even over de grens met Nederland. Becker Robotic maakt kabels die onder andere stroom en data naar robotarmen sturen, die vooral fabrikanten kunnen gebruiken om met robots hun auto’s in elkaar te zetten. BMW, maar ook Volkswagen, Audi en Porsche, kopen die armen. De grote Duitse autoproducenten hebben al fabrieken in de Verenigde Staten en ook Broekhuijsen heeft er een vestiging. Onlangs besloot hij daar flink uit te breiden: hij investeert 30 miljoen in een nieuwe fabriek, wat ruim 130 extra banen moet opleveren. “Het is een optelsom van meerdere afwegingen”, zegt Broekhuijsen. Zo is er meer technisch personeel beschikbaar. “Het heeft natuurlijk ook te maken met energiekosten die daar een stuk lager zijn. En met bureaucratie. Er zijn daar minder hindernissen en ondernemers wordt minder in de weg gelegd”. Tegelijk kon hij rekenen op flinke steun van de overheid. De 14 hectare grond voor zijn fabriek kreeg hij ver onder de marktprijs. En hij weet nu al dat hij de komende jaren belastingsubsidies krijgt. “Daar wordt erg veel aandacht aan besteed. Voor ons ondernemers is dat een verademing, in vergelijking met Duitsland”. En daar komt nu dus het grote Amerikaanse investeringspakket bij. “Als ondernemers vinden we dat alleen maar positief. Omdat we gewoon meer mogelijkheden krijgen”, aldus Broekhuijsen. “Dit betekent niet dat we opeens alle bruggen achter ons verbranden. Maar wel dat wij productie die wij hier eventueel voor de Amerikaanse markt hadden kunnen doen, toch voor een groot deel in de Verenigde Staten laten plaatsvinden”.

 

Meer subsidies in Europa?

Het is daarom de hoogste tijd voor Europa om ook de subsidiekraan verder open te zetten, vindt econoom Gornig. “Ofwel de Europese Unie doet mee en zet een stap naar de toekomst, of ze blijft stilstaan en maakt zich afhankelijk van de Verenigde Staten”.

Zorgen over protectionisme begrijpt hij. “Zeker als het om de concrete voorwaarden gaat, zal ook de Verenigde Staten nog moeten leren daarmee om te gaan. Want volledig afzien van internationale verdeling van arbeid is ook voor de Verenigde Staten heel duur. Ze zouden veel minder goede techniek krijgen voor veel geld”.

Maar bedrijven kunnen de overgang naar duurzame energie en technologie die zo hard nodig is, niet maken zonder hulp van de overheid. zegt Gornig. “Deze nieuwe rol van de staat in productie en innovatie is een grote uitdaging voor de handelspolitiek. De vraag is hoe je dat eerlijk kunt organiseren, zodat beide kanten de kans hebben om hun industriebeleid in de toekomst uit te voeren”.

De Duitse minister van Financiën ziet niets in het idee om in de Europese Unie een gezamenlijk fonds op te richten waarmee ook Europa subsidies kan verstrekken. Hij ziet liever dat Duitsland zelf gebruik maakt van een versoepeling van de Europese regels voor staatssteun. Nederland zit op dezelfde golflengte.

Reageren is niet mogelijk.