De vergoeding die een werkgever aan medewerkers mag verstrekken per zakelijk gereden kilometer is voor het eerst sinds 17 jaar verhoogd: van 19 naar 21 cent. In 2024 komt er nog 1 cent bij. De VZR (Vereniging Zakelijke Rijders) ziet dat weliswaar als een logische stap, maar meldt in een persbericht ook dat de aanpassing veel te gering is. De kilometervergoeding zou gemiddeld 31 cent moeten zijn, zo berekende de belangenclub.
De VZR hanteert de daadwerkelijke kosten van het autorijden als uitgangspunt. Deze verschillen sterk per model. Voor een goedkope auto met een catalogusprijs onder de 20.000 euro bedragen de echte kosten 24 cent per kilometer. Kost een personenwagen 40.000 euro, dan gaat het al om 46 cent per kilometer, zo berekende de VZR. Die adviseert nu om een gemiddelde vergoeding aan te houden van 31 cent per kilometer.
Jaarlijks worden door de VZR berekening van de daadwerkelijke autokosten gemaakt. Vorig jaar achtte de VZR een onbelaste kilometer vergoeding van 26 cent nog reëel. Maar de autokosten zijn afgelopen jaar relatief fors gestegen, namelijk met 5 cent. Daarom zou er nu sprake moeten zijn van een vergoeding van 31 cent per kilometer. Volgens de VZR is de aanpassing een gevolg van een relatief sterke toename van diverse kosten; verhoging van autoprijzen, forsere reparatie- en onderhoudskosten, duurdere brandstof en andersoortige invloeden van de inflatie. Al deze factoren zijn meegenomen in de berekening.
“Autorijden is duur. Het is niet meer dan redelijk dat er tussen partijen eerlijke tarieven worden vergoed of doorberekend”, stelt Jan van Delft, voorzitter van VZR. “Wij geven in een zorgvuldige berekening jaarlijks een norm. Wij adviseren partijen deze norm over te nemen. Verder blijven wij lobbyen in Den Haag voor een hoger onbelast bedrag. De verhoging naar 21 cent is mooi, maar dekt nog steeds de lading niet”.
