De prijzen voor benzine en diesel zijn fors gestegen door de spanningen in het Midden-Oosten. Voor 1 liter diesel wordt nu gemiddeld 2,519 euro gevraagd en de adviesprijs van Euro95 ligt op 2,453 euro. Tegelijk blijft de wettelijke kilometervergoeding vanuit een werkgever steken op 23 cent per kilometer. De vraag is: is dat nog voldoende? Verschillende vakbonden hebben daar twijfels over.
Volgens Anne Megens, directeur beleid en advies bij werkgeversorganisatie AWVN, staat buiten kijf dat het belangrijk is dat mensen tegen een redelijke prijs naar kantoor kunnen reizen. “Tegelijkertijd pas je niet lichtzinnig zo’n reiskostenvergoeding aan. Brandstofprijzen zijn bovendien extreem grillig, dus we moeten eerst even kijken hoe het zich de komende tijd ontwikkelt. We zitten pas een paar dagen in deze situatie, dus het is echt nog te vroeg om dat te zeggen dat aanpassing noodzakelijk is”.
Als het inderdaad zo is dat reiskosten structureel hoger komen te liggen en bedrijven en burgers dat niet kunnen opbrengen, zijn er volgens Megens verschillende knoppen om aan te draaien. “Dan moeten we naar de overheid kijken of er iets aan die brandstofprijzen te doen is”. Zij doelt daarbij op een prijsplafond of het aanpassen van de accijnzen. “Uiteindelijk kom je dan ook bij de reiskostenvergoeding”.
De reiskostenvergoeding verhogen is op dit moment voor werkgevers niet mogelijk. Megens: “Als je boven die 23 cent per kilometer gaat uitkeren, wordt dat gezien als loon en moet je daar belasting over betalen”.
In 2022, toen de olieprijs ook sterk steeg, eisten vakbonden compensatie van werkgevers. “Maar toen was de inflatie heel hoog en hadden de brandstofprijzen een langdurig effect”. Vakbonden klopten destijds samen met AWVN aan bij de overheid, waarna de fiscale vrijstelling werd verhoogd van 19 naar 23 cent per kilometer. Megens: “Zo konden werkgevers de hogere kosten vergoeden zonder dat ze daarvoor werden gestraft”.
Volgens Megens is de grote vraag nu of het om een structureel hoger prijsniveau gaat. “Wanneer dat punt bereikt wordt, kan ik nog niet aangeven”. Bovendien is een aanpassing niet van de ene op de andere dag geregeld. “Zoiets aanpassen vergt veel van zowel werkgevers als werknemers en gebeurt meestal aan de cao-tafel. Dat doe je niet lichtzinnig”.
