De inzinking van de productiecijfers die Duitsland als auto locatie de afgelopen jaren heeft moeten accepteren, lijken onomkeerbaar.
De output van voertuigen in Duitsland is in tien jaar tijd met meer dan een derde gedaald. In 2012 produceerden autofabrikanten in Duitsland nog zo’n 5,6 miljoen auto’s en bestelwagens, maar in 2022 waren dat er nog slechts 3,6 miljoen stuks. Dat blijkt uit cijfers van de informatiedienst Marklines.

In dezelfde periode steeg de buitenlandse productie van Volkswagen, BMW, Opel en Mercedes-Benz van 8,6 auto’s naar meer dan 10 miljoen voertuigen. Conclusie: de Duitse autobedrijven bouwen volop auto’s, alleen steeds minder in Duitsland.
In voorgaande jaren was de sterke daling van de binnenlandse productie vooral te wijten aan de pandemie en aanvoerknelpunten. Nu komen de nadelen qua kosten steeds meer naar voren. Volgens de experts van het CAR Center Automotive Research in Duisburg kost een uur werken in de auto-industrie, inclusief bijkomende loonkosten, in Duitsland ongeveer 59 euro. In de Verenigde Staten is het equivalent ongeveer 43 euro en in Spanje 28 euro.
Vooral kleine auto’s kunnen in Duitsland natuurlijk nauwelijks tegen redelijke kosten worden geproduceerd. Zo zal Volkswagen haar ID.2all, het eerste elektrische voertuig van de groep dat in Nederland minder dan 27.000 euro gaat kosten, niet zoals gepland in Emden bouwen, maar in Spanje.
Conclusie: hoewel het niet langer de moeite waard is om kleine auto’s in elkaar te schroeven in een hoge lonen land als Duitsland, is dit geen reden voor doemscenario’s. Bij onze oosterburen kunnen de autofabrikanten trots zijn op hun branche: waar worden in de Bondsrepubliek eigenlijk nieuwe banen gecreëerd die een vergelijkbaar hoog loonniveau bieden als de auto-industrie?
