De transitie van auto’s die rijden op fossiele brandstoffen naar elektrisch vervoer is sterk zichtbaar in Duitsland. In totaal telt ons buurland nu 80.541 laadpalen voor oplaadbare auto’s; een stijging van meer dan 35 procent vergeleken met een jaar eerder.
Dat Duitsland de transitie serieus neemt, is ook te zien aan het geld dat de Duitse regering heeft uitgetrokken om de infrastructuur voor elektrisch vervoer neer te zetten. In oktober van het afgelopen jaar reserveerde het land 6,3 miljard euro waarmee binnen 3 jaar vele laadstations geplaatst moeten worden.

Sinds januari van dit jaar zijn er al meer dan 1 miljoen elektrische voertuigen op de Duitse wegen te zien. Een jaar eerder waren dat er nog iets meer dan 600.000. Een jaar daarvoor waren het er zelfs nog maar 300.000. Wel is de verwachting dat de groei dit jaar wat minder zal zijn. Duitsland heeft de subsidie die mensen krijgen bij de aanschaf van een volledig elektrische auto verlaagd. Waar consumenten eerder nog 6.000 euro kregen bij aankoop van een dergelijke personenwagen, is dat nu nog maar 4.500 euro. Daar staat tegenover dat de subsidie op de aanschaf van een plug-in model helemaal is afgeschaft.
De ambitie van Duitsland op het gebied van elektrisch vervoer is torenhoog. Tegen 2030 wil de regering Scholzr dat er 15 miljoen elektrische voertuigen rondrijden in het land. Daarvoor zouden er maandelijks 145.000 nieuwe elektrische voertuigen op de weg moeten komen. In 2022 was de groei echter slechts 32.000 nieuwe exemplaren per maand.
Dat er in Duitsland 80.541 laadpalen staan lijkt veel, maar dat is het bij lange na niet vergeleken met ons land. In Nederland staan er meer dan 120.000 publieke laadpalen en nog eens 4.200 snelladers. Daarmee telt Nederland ruim een kwart van alle publieke laadpalen die de Europese Unie rijk is.
