Eigenaren van een elektrische auto hebben jarenlang kunnen profiteren van een fiscaal voordeel. Voor zakelijke rijders was er een verlaagde bijtelling en particuliere eigenaren van een personenwagen zonder verbrandingsmotor werden verblijd met een vrijstelling van de wegenbelasting. Maar aan alles komt een eind. Hier lees jij hoeveel wegenbelasting jij straks betaalt voor een elektrische auto.
Iets waarvan zowel de leaserijder als de particuliere koper van een elektrische auto profiteert, is de vrijstelling van BPM. Dat scheelt in de aanschafprijs. Leaserijders profiteren daar (ook) van in de vorm van een lagere bijtelling. Al betalen zij nu ook veel meer dan in de periode toen elektrische auto’s de belastingdans compleet mochten ontspringen. Vandaag de dag dienen leaserijders, die dit jaar een dergelijke personenwagen op kenteken hebben laten zetten, over de eerste 30.000 euro 16 procent van de fiscale waarde van hun auto bij hun inkomen op te tellen. Voor het resterende bedrag geldt een bijtelling van 22 procent. Voor auto’s die niet volledig elektrisch zijn, geldt dat laatste belastingpercentage voor de volledige fiscale waarde. Daardoor is het in veel gevallen nog altijd relatief voordelig om een elektrische auto als leasebak te hebben.
Volgend jaar komen volledig elektrische auto’s in aanmerking voor hetzelfde lagere bijtellingspercentage. In 2025 stijgt dat naar 17 procent over de eerste 30.000 euro. En een jaar later komt er helemaal een eind aan het belastingvoordeel feestje. Dit en volgend jaar is men nog steeds vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting, maar volgens de huidige plannen komt daar in 2025 een einde aan. Vanaf dat jaar gaat de overheid een kwarttarief hanteren voor elektrische auto’s. Dat wil zeggen dat eigenaren 25 procent gaan betalen van het tarief dat voor personenwagens met een benzinemotor geldt.
Ook dan worden de financiële bankschroeven nog niet echt aangedraaid want ook met het kwarttarief is men nog steeds goedkoper uit dan met een vergelijkbare benzineauto. Om over diesels nog maar te zwijgen. De échte pijn begint in 2026. Dan moeten eigenaren van een elektrische auto evenveel motorrijtuigenbelasting gaan betalen als mensen met een benzinemodel met hetzelfde leeggewicht. Alleen is het eerste type personenwagen doorgaans een stuk zwaarder.
Zo kost een 1.430 kilo zware Peugeot e-208 straks gemiddeld 199 euro aan motorrijtuigenbelasting per kwartaal. Bij de Kia Niro EV (1.653 kilo) en de Volkswagen ID.3 met 58 kWh accupakket (1.712 kg) gaat het om 271 euro. Voor de Volvo XC40 Recharge (1.923 kilo), de Skoda Enyaq iV 60 (2.054 kilo) en de Mercedes-Benz EQ E 300 (2.285 kilo) zijn de tarieven respectievelijk 318 euro, 366 euro en 414 euro. Mensen die in 2026 een Volvo EX90 voor de deur hebben staan, kunnen hun borst helemaal nat maken. Die elektrische SUV weegt afgerond namelijk 2.900 kilo en dat betekent een bedrag van 556 euro aan wegenbelasting.
Ter vergelijking: de 1.2 PureTech benzineversie van de Peugeot 208 (1.155 kilo) kost per kwartaal ‘slechts’ 104 euro aan belasting en een Volvo XC40 T2 (1.625 kilo) 223 euro. In beide gevallen is men voor de elektrische variant jaarlijks straks dus 380 euro meer kwijt aan motorrijtuigenbelasting. De kans dat dit scenario realiteit wordt, is evenwel niet groot. Er is namelijk inmiddels sprake van een brede politieke meerderheid voor het belasten van gebruik in plaats van bezit. Anders gezegd: de invoering van een kilometerheffing lijkt een kwestie van tijd te zijn (reken op 2030). Met dit instrument zouden auto’s die geen CO2 uitstoten dan bevoordeeld kunnen worden.
