Slechts enkele dagen na het stopzetten van de productie van de Ford Fiesta zag een andere B segment hatchback abrupt een einde aan zijn verkoop carrière komen: de Nissan Micra. Maar hij zal, in tegenstelling tot de Ford, worden vervangen. En wel door een kloon van de toekomstige elektrische Renault 5.
Het begon allemaal in 1982, met de lancering van een nieuwe stadsauto in Japan om de Cherry te vervangen en te concurreren met de Toyota Starlet, die toen goed ingeburgerd was op de lokale markt. Tot ‘March’ gedoopt in Japan, kwam hij in 1983 in Europa aan land onder de naam Micra om bij ons te gaan concurreren met onder andere de Ford Fiesta, de Opel Corsa en de Renault 5. De eerste generatie (1982 tot 1992) was relatief succesvol dankzij zijn zuinige, moderne motoren, de goede bouwkwaliteit en de aantrekkelijke prijs : uitrusting verhouding. Maar het zouden pas de 2 navolgende generaties zijn, de K11 en de K12, waarmee de Micra een grote populariteit zou opbouwen.
In 1993 evolueerde de Micra tot de generatie K11. Die kenmerkte zich door een rondere, maar zeer gewaardeerde look. Hij profiteerde van, voor een stadsauto, zeer geavanceerde aandrijflijnen (dubbele nokkenas, injectie, CVT versnellingsbak, enz.). De Micra won zelfs de titel van auto van het jaar 1993, een primeur voor een Japanse auto in Europa. De volgende generatie, de K12, begon zijn carrière in 2002 in Japan en in 2003 in Europa. Die was nóg ronder van vorm met een bijna neo-retro look en profiteerde van de nieuwe alliantie met Renault: het gemeenschappelijk platform met de Clio III, nieuwe benzine- en dieselmotoren, verhoogde productiekwaliteit. Deze Micra kreeg zelfs een coupé-cabriolet uitvoering met hardtop, genaamd Micra C+C.
In 2010 veranderde Nissan de strategie voor de vierde generatie. Onder druk van de boekhouders van het bedrijf verhuist de productie naar India en Thailand, in plaats van naar Engeland. De vierde generatie Micra trekt duidelijk minder klanten en de Japanner wordt langzaam maar zeker vergeten. Nissan leert van haar fouten en besluit de vijfde generatie van de Japanse stadsauto niet langer in een ontwikkelingsland te bouwen. De nieuwe editie gelanceerd in 2017, verandert radicaal dankzij een veel agressiever design en met de technische basis plus motoren van de Renault Clio IV, waarmee hij zijn productielijn in Flins (Frankrijk) deelt. Maar niets helpt: de Micra zakt weg in de verkoopranglijsten in Europa.
Terwijl sommige veelzijdige stadsauto’s zoals de Peugeot 208, Renault Clio of Volkswagen Polo bij ons zeer succesvol zijn, is de Micra in de loop der jaren achteruit gekacheld en in de verkoopstatistieken zelfs achterop geraakt bij andere outsiders zoals de Kia Rio of de Hyundai i20. Zo verkocht Nissan in de eerste 6 maanden van dit jaar 745 Micra’s in ons land, vergeleken met bijna 6.000 eenheden voor de Peugeot 208. De rol van de kleine Nissan marginaliseerde en dus viel het producent Renault niet zwaar om de ruimte in de Flins fabriek voor andere doeleinden te gaan gebruiken. Met die beslissing kreeg de Micra het nekschot.

Maar in tegenstelling tot Ford keert Nissan het B segment niet de rug toe! Het nieuwe model (of die weer Micra zal gaan heten, is nog niet duidelijk) zal wederom profiteren van de alliantie tussen Renault, Nissan en Mitsubishi door de technische basis van de toekomstige elektrische Renault 5 over te nemen. Een eerste teaser toonde reeds een soortgelijke look, maar met een aangepaste voorkant met ronde koplampen. Daarmee wil Nissan een visuele link leggen met de Micra generaties uit de jaren 90 en 2000, toen verkoopgeluk voor de B segment hatchback nog heel gewoon was.
