Als het demissionaire kabinet niet ingrijpt gaat de brandstofprijs volgend jaar nog verder omhoog. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Marnix van Rij op vragen van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt.
Per 1 januari zou een liter benzine dan bijna 21 cent duurder worden. Bij diesel gaat het om 13,5 cent. Dat is slecht nieuws voor autorijders én voor de Nederlandse tankstations, want in onze buurlanden is tanken een stuk goedkoper. Overigens zou het kabinet ondanks haar demissionaire status de prijsverhoging nog kunnen schrappen.
Volgens Erik de Vries, directeur van branchevereniging voor onafhankelijke pomphouders NOVE, zou het zeer welkom zijn als het demissionaire kabinet ingrijpt: “Wij hebben de hoogste accijns op benzine in Europa en daarmee ook de hoogste prijs aan de pomp. We zitten voor benzine nu al 15 cent hoger dan Duitsland en 25 cent hoger dan België. Tel daar die 21 cent bij op en je krijgt enorme verschillen”. De branchevereniging pleit er dan ook voor dat de overheid er voor gaat zorgen dat de accijnzen (weer) in de pas gaan lopen met die in de landen om ons heen “zodat er geen geld wegstroomt naar het buitenland”. De Vries verwacht dat mensen door de prijsverhogingen eerder de stap zullen zetten om hun auto in het buitenland vol te tanken, al raadt de branchevereniging dat af vanwege de milieuvervuiling. Daar komt nog bij dat mensen dan mogelijk ook andere boodschappen over de grens gaan doen. “De economische impact is dus veel groter dan alleen de misgelopen accijnsinkomsten voor de Nederlandse staat en de misgelopen inkomsten voor de pomphouders”.
Volgens De Vries bieden nieuwe Europese maatregelen die ook impact gaan hebben op de brandstofprijzen en onderdeel zijn van het ‘Fit for 55’ programma een uitgelezen kans om te zorgen dat de accijns op brandstoffen in Nederland op een gelijker niveau komt met de rest van Europa. “Zorg dan dat de accijns een stuk omlaag gaat. Dan kun je dat aanvullen met die Europese maatregelen”.
In april 2022 verlaagde de overheid de accijnzen op benzine, diesel en LPG met 21 procent. Die maatregelen werd genomen om de hoge inflatie te beteugelen. Benzine werd toen 17,3 cent per liter goedkoper en diesel 11,1 cent. De helft van die verlaging kwam op 1 juli al te vervallen. De rest is per 1 januari geschiedenis. Dat de benzine- en dieselprijzen per 1 januari niet met 17,3 respectievelijk 11,1 cent omhoog gaan maar met een hoger bedrag, komt doordat de overheid in januari ook een inflatiecorrectie doorvoert die de accijnstarieven (waarover ook 21 procent BTW wordt berekend) laat meestijgen met de nog altijd hoge inflatie.
Van Rij schrijft dat het accijnsverschil tussen Nederland en België nu 36 cent per liter benzine is in het voordeel van België. In vergelijking met Duitsland is het verschil 31 cent. Van Rij wil geen toezeggingen doen dat er nog een keer naar de voorgenomen accijnsverhoging gekeken gaat worden. Wel denkt het kabinet erover om de onbelaste reiskostenvergoeding ter compensatie met 1 cent per kilometer te verhogen. Alsof dat zoden aan de dijk zet…
