Het gemiddelde nettoresultaat per dealervestiging kwam in de eerste helft van dit jaar uit op 1,75 procent. In dezelfde periode van 2022 was dat nog 2 procent. Hoewel er sprake is van een daling, lijkt die wel mee te vallen. Maar schijn bedriegt, zo waarschuwt de Bovag. Het rendement was in de eerste jaarhelft namelijk voornamelijk te danken aan de grote aantallen afleveringen van nieuwe auto’s die al eerder waren besteld.
De gemiddelde omzet per vestiging nam in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar in de eerste 6 maanden met bijna 1,2 miljoen euro toe. Daarvan is bijna 1 miljoen toe te schrijven aan de facturatie van al eerder bestelde nieuwe personenauto’s. De gemiddelde nettowinst steeg verhoudingsgewijs veel minder, namelijk met slechts 2.000 euro. De winst stond onder meer onder druk vanwege stijgende loonkosten. Opvallend is wel dat het personeelsbestand per vestiging juist met 7 procent is afgenomen tot iets meer dan 15 voltijdbanen. Deze daling deed zich vooral voor bij het stafpersoneel, zo meldt de Bovag. Dat de loonkosten ondanks de krimp van het personeelsbestand desondanks stegen, duidt er op dat dealers fors hogere salarissen moeten betalen om nieuwe werknemers binnen te halen én om bestaande arbeidskrachten aan zich te blijven binden. Ook de stijgende automatiseringskosten (onder meer voor cybersecurity) drukten de nettowinst.

In de werkplaats blijft het aanpoten. Het grote aantal afleveringen in de eerste jaarhelft betekende dat veel auto’s rijklaar moesten worden gemaakt, terwijl het reguliere onderhouds-, reparatie- en garantiewerk gewoon doorging. Ten opzichte van een jaar eerder daalde het aantal monteurs per vestiging met een kleine 3 procent. Bovendien kan veel van het werk niet (volledig) doorbelast worden, bijvoorbeeld in geval van garantie of overwerk. Daardoor daalde de efficiency in de werkplaats en nam het aantal gefactureerde uren per monteur af. De absorptieratio (de mate waarin de aftersales de algemene kosten van het bedrijf dekt) daalde van 78,1 procent in het eerste semester van 2022 naar 76,6 procent in dezelfde periode dit jaar.
Bert de Kroon, voorzitter van Bovag Autodealers, zet zich schrap voor wat komen gaat: “Er lijkt een ‘perfect storm’ in aantocht. De voorraden lopen op en er zijn dus volop koopkansen voor de consument, zonder de wachttijden uit het recente verleden. Toch zien we dat de orderintake van nieuwe auto’s achterblijft en dat klanten afwachten. Er is onduidelijkheid over het fiscale beleid voor elektrische auto’s, de rente blijft stijgen en de inflatie is hoog. Steeds meer dealers krijgen bovendien te maken met het agentuur model, er zijn heel veel nieuwe concurrenten op komst en de kosten blijven maar stijgen. De betaalbaarheid, en überhaupt het verkrijgen, van krediet is een probleem. Daar komt bij dat de automatiseringskosten flink toenemen, veelal omdat importeurs een keur aan systemen koppelen en uitbreiden, maar ook doordat de personeelskrapte noopt tot digitaliseren”.
De Kroon maakt zich de meeste zorgen over de loonkosten: “Net als in elke branche is het voor autodealers moeilijk om geschikte mensen aan te trekken. De beloningen zijn door die marktomstandigheden al flink omhooggegaan en dat drukt fors op het resultaat van de ondernemingen. De loonstijgingen zijn al in lijn met het inflatieniveau en dan moet de nieuwe cao nog komen. Tegelijkertijd wordt er veel overgewerkt en die extra kosten kunnen niet doorbelast worden. De intake van nieuwe orders neemt zienderogen af en dat vraagt om verhoogde alertheid, vooral gezien het grote aantal externe factoren”.
De Bovag merkt dat klanten niet staan te popelen om een nieuwe auto aan te schaffen, ondanks het feit dat de levertijden afnemen. Dit is volgens De Kroon te wijten aan de stijgende rente en de inflatie, maar dus ook aan “onduidelijkheid over het fiscale beleid voor elektrische auto’s”. Bijkomend voordeel kan de waardevermindering van tweedehands exemplaren worden, deels als gevolg van de prijzenoorlog in dit segment. Dit kan betekenen dat dealers op dit punt extra afschrijvingen moeten doen.
