De onbelaste kilometervergoeding is sinds mensenheugenis (nou ja, 17 jaar lang) 0,19 eurocent per kilometer. Dat tarief is gebaseerd op de brandstof prijzen in het Krijt tijdperk. Sindsdien is er veel veranderd, onder andere door inflatie. Niet alleen brandstof werd duurder, maar ook onderhoud en reparatie van auto’s.
Begin dit jaar werd de onbelaste kilometervergoeding eindelijk aangepast. Op 1 januari jl. ging het tarief namelijk omhoog van 0,19 eurocent naar 0,21 eurocent. En in 2024 stijgt de vergoeding verder naar 0,23 cent. De Vereniging Zakelijke Rijders is van mening dat ook dit bedrag niet kostendekkend is. Daarom zou de onbelaste kilometervergoeding verder omhoog moeten. De VZR heeft de steun van menig werkgever.
Uit een analyse van de VZR blijkt dat de 23 eurocent alleen de variabele kosten dekt van de allerkleinste auto’s. De belangenclub wil daarom een reële onbelaste kilometervergoeding: 31 cent per kilometer. Dat zou voldoende zijn om de kosten te dekken van een middenklasse auto met een cataloguswaarde van tussen de 20.000 tot 40.000 euro. De VZR heeft als uitgangspunt genomen 27 cent kosten per kilometer exclusief afschrijving en 36 cent inclusief afschrijving. Ongeveer de helft van de afschrijving is bij een vergoeding van 31 cent dus voor rekening van de eigenaar. De VZR zegt voor haar berekening door de ANWB gecalculeerde kosten per kilometer gebruikt te hebben en benadrukt dat die volgend jaar naar verwachting nog hoger uit zullen vallen.
De reden dat de overheid niet scheutig is met het verhogen van de onbelaste kilometervergoeding heeft alles te maken met de kosten. Voor de operatie om het tarief te verhogen van 0,19 eurocent via 0,21 cent naar 0,23 eurocent werd 200 miljoen euro uitgetrokken door het kabinet. Het is duidelijk dat een verdere aanpassing van het tarief ook weer enkele honderden miljoenen euro’s gaat kosten. Aangezien een volgend kabinet wellicht moet gaan bezuinigen op haar begroting is het nog maar de vraag of een verdere verhoging van de onbelaste kilometervergoeding in de komende jaren haalbaar is.
