Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) hoopt dat de wachttijd voor het halen van een rijbewijs nog voor het eind van het jaar rond de 10 weken ligt. Dat zei algemeen directeur Alexander Pechtold in een interview. Op dit moment is de wachttijd 12 à 13 weken,
Pechtold (foto) zwaait sinds 2019 de scepter bij de overheidsorganisatie. Bij zijn aantreden waren er grote achterstanden bij het CBR. De wachtlijsten voor het afrijden waren lang. Inmiddels is dat volgens de algemeen directeur “allemaal op orde”. Pechtold: “Wij zaten in 2019 boven de 20 weken wachttijd. Nu is dat zo’n 12 tot 13 weken. Ik hoop dat wij het jaar kunnen afsluiten met gemiddeld 10 weken wachttijd”.

Toch zijn er nog wel achterstanden voor de B-examens. Volgens Pechtold komt dit door de coronacrisis: “We hebben in de vijf 5 maanden dat wij dicht moesten 800.000 examen-momenten gemist. Dat haal je niet zomaar in”. Hierdoor zijn de wachttijden met name in de grote steden “langer dan mij lief is”, zegt hij. “Maar dat is geen onoverkomelijk probleem want goede rijscholen weten daar rekening mee te houden”. Pechtold zegt dat examinatoren zijn opgeroepen om op zogeheten ‘Super Saturdays’ de achterstanden in te gaan halen.
De kwaliteit van de rijschoolbranche staat al een tijdje ter discussie. “De blauwe L is geen beschermd merk”, stelt Pechtold in een reactie op de kritiek. “Het is in zekere zin een vrij beroep waar je geen opleiding voor hoeft te volgen. Je moet wel examen doen. Ik vind dat wij als CBR en de opleidingsbranche samen moeten kunnen garanderen dat als jij onderweg bent, de automobilisten om jou heen aan dezelfde criteria hebben moeten voldoen”.
Het CBR wordt ook bekritiseerd vanwege het feit dat zij niet hard genoeg zou optreden tegen zogeheten ’turbo-opleiders’. Ook bij structurele fraude zou de overheidsinstantie steken laten vallen. Turbo-opleiders zijn opleiders die zeggen dat jij in veel minder lessen dan gebruikelijk bij hen kunt slagen. Pechtold: “Je hebt klassieke opleiders die in een zaaltje lesgeven en je ziet andere opleiders die proberen jou in een spoedcursus allemaal ezelsbruggetjes te leren. Ik heb niet de bevoegdheid om te zeggen dat de een goed of fout is want wij hebben geen toezichthoudende functie”. Voor andere normen over opleiden en examineren is een wetswijziging nodig, stelt de directeur van het CBR. Wel denkt Pechtold dat er gepraat moet worden over de vraag of examenfraude strafbaar moet worden. Dit zegt hij ook voorgelegd te hebben aan het ministerie: “Wij zijn de dweil en iemand anders zit aan de kraan. Het is uiteindelijk de wetgever die moet bepalen of wij dit normaal vinden”.
Volgens Pechtold is het ook een gevaar dat veel consumenten een zo goedkoop mogelijke rijschool kiezen. Hij snapt dat rijlessen duur zijn, maar stelt dat het vaak misgaat als mensen naar een rijschool gaan die minder geld vraagt, of als mensen minder lessen nemen. Mensen die minder betalen of minder lessen nemen dan gebruikelijk is, maken vaak de verkeerde keuze, doordat ze vaker zakken. Hierdoor zijn mensen uiteindelijk juist meer geld en lessen kwijt. Pechtold: “Dat is doodzonde, dus ik vind dat wij er samen met de rijschoolbranche verantwoordelijk voor zijn om die voorlichting aan consumenten te verbeteren”.
Bij zijn benoeming in 2019 trof Pechtold naar eigen zeggen “een beetje verwaarloosde” organisatie aan. Toentertijd durfde niemand tegen de politiek te zeggen dat een opdracht soms (tijdelijk) niet uitgevoerd kon worden door bijvoorbeeld financiële tekorten, of doordat de instantie digitaal nog niet op orde was. Pechtold: “Ik heb denk ik een rol kunnen spelen door wat vaker tegen het ministerie te zeggen: nee, nu even niet. Wij zijn eerst problemen aan het oplossen”.
