De Koepel Rijopleiding en Verkeerseducatie (KRV), de ANWB en de BOVAG staan achter de onlangs door demissionair minister Mark Harbers gepresenteerde nieuwe maatregelen voor de rijschool branche.
BOVAG directeur Peter Niesink legt uit waarom: “De zaken waar de minister nu mee komt, zijn zaken waar wij achter staan. “Alles wat de minister beschrijft, komt voort uit het rapport Roemer, dus in dat opzicht juichen wij het alleen maar toe. Hiermee ontstaat er een vak waarop een rijinstructeur echt trots kan zijn en waar hij een professionele bijdrage kan leveren aan de branche”.
De ANWB vult aan: “Het is noodzakelijk dat de gewenste kwaliteitsverbeteringen worden doorgevoerd. De ANWB, de BOVAG en de KRV, die samen de rijschoolbranche vertegenwoordigen, steunen het adviezen uit het rapport Roemer en hebben punten aangeleverd door middel van een Kamerbrief over hoe dit daadwerkelijk gerealiseerd kan worden”.
Hoewel de ANWB, de BOVAG en de KRV volledig achter de voorgenomen maatregelen van het ministerie staan, ontbreken er volgens Niesink nog wel enkele zaken: “De rijschoolsector is heel belangrijk. Het is de basis van onze mobiliteit. Maar het is tegelijkertijd de branche waar de zaken het minst goed geregeld zijn. De manier waarop wij het in Nederland georganiseerd hebben, kan echt veel beter”. De directeur van de BOVAG pleit daarom onder andere voor een erkenningsregeling voor rijscholen. Dit zou de kwaliteit en professionaliteit in de branche volgens hem doen toenemen. “We willen dat rijscholen gecheckt worden. Dat ze administratief, fiscaal, verzekeringstechnisch de zaken goed op orde hebben”. Wie deze check in de toekomst moet uitvoeren, is nog niet bekend. “Maar het CBR zou dit kunnen doen. Mits je dat heel goed regelt, de branche erbij betrokken wordt en er gecontroleerd wordt hoe het CBR dat doet”, zo vervolgt Niesink.
Branchevereniging LBKR gaf eerder aan tegen de nieuwe maatregelen te zijn. De vereniging valt voornamelijk over de sanctie waarbij rijinstructeurs de WRM-bevoegdheid wordt ontnomen bij het 3 keer niet halen van een examen. KRV voorzitter Jos Vaessen zegt hierover het volgende: “De LBKR heeft haar bestaansrecht 5 jaar geleden gekregen toen zij het via een motie in de Tweede Kamer voor elkaar kreeg om de sancties te laten vervallen. In de brief van het IBKI zie ik ook dat er maar een heel klein aantal instructeurs hun licentie zijn kwijtgeraakt in het afgelopen jaar. Wij staan hier verder neutraal in. Of de sanctie blijft of eraf gaat, heeft namelijk weinig effect op de rest”. Vaessen geeft dan ook aan het aan de LBKR over te laten om hier verder op te reageren of te acteren.
Niesink zegt op één punt van mening te verschillen met de LBKR wat betreft de sancties voor rijinstructeurs. “Je moet het in een groter perspectief zien. Wat is gebruikelijk in branches om de kwaliteit en professionaliteit te organiseren? Daar horen opleidingen en examens bij. Wij vinden het de normaalste zaak van de wereld dat iemand die zijn opleiding of examen niet haalt, dus niet geschikt is voor het vak. We praten hier namelijk wel over verkeersveiligheid en jonge verkeersdeelnemers, en daar moet je heel serieus mee omgaan”.
De reactie van de VVRI, waarin zij zeggen dat er een “rampscenario dreigt voor de rijschoolsector door onrechtvaardige maatregelen”, noemt Niesink “onbegrijpelijk”. Hiervoor geeft hij de volgende toelichting: “De VVRI heeft altijd aan tafel gezeten, is overal bij geweest, heeft alle stukken kunnen lezen en overal feedback op kunnen geven. Dat je dan nu deze reactie geeft, vind ik onbegrijpelijk. Dan zet jij jezelf naar mijn mening echt buiten spel. Er zit een heel groot verschil tussen de opmerkingen die het LBKR maakt en datgene wat de VVRI zegt”.
“Er wordt aan heel veel dingen tegelijkertijd gewerkt. Het is echt een mega operatie”, vervolgt Niesink. “Maar de plannen komen wel voort uit de branche en zijn een reactie op de problemen die in de branche leven. Ik snap dat rijinstructeurs zich zorgen maken en zich afvragen wat er allemaal op hen afkomt, maar ik hoop wel dat rijschoolhouders en instructeurs het zien als iets wat we met elkaar hebben gedaan. Ik denk dat we goede stappen aan het zetten zijn”.
