Gaat Audi ten onder aan Volkswagen? Dat is er een terechte vraag nu er geen eind lijkt te komen aan de leiderschapscrisis bij de in Ingolstadt gevestigde autofabrikant en de steeds grotere vertragingen in het introductieschema van nieuwe Audi modellen.
De introductie van diverse nieuwe modellen van het premiummerk met het grootste verkoopvolume binnen de Volkswagen Groep is namelijk opnieuw uitgesteld. De Q6 e-Tron, nauw verwant aan de Porsche E-Macan en afgelopen september reeds met slechts een milde camouflage op de Audi stand op de IAA in München te zien, zou oorspronkelijk al dit jaar te koop zijn. Maar Gernot Döllner (foto), sinds 1 september de CEO van Audi, is niet tevreden over het werk dat de ontwikkelingsafdeling heeft afgeleverd. Met als gevolg dat de elektrische SUV waarschijnlijk pas in de zomer van 2024 op de markt komt. Omdat de Q6 e-Tron niet alleen nauw verwant is aan de elektrische Porsche Macan, maar ook aan de eigen A6 e-Tron, worden ook deze modellen uitgesteld.
.

Begin 2023 bevestigde Audi dat het tegen 2026 maar liefst 20 nieuwe modellen wilde lanceren. Het hoofd van Audi heette toen nog Markus Duesmann. Die maakte zich weinig geliefd op het hoofdkantoor van de Volkswagen Groep én binnen de lagere echelons in de eigen organisatie, met als gevolg dat hij zijn biezen kon pakken. Het stuur van Audi werd overgenomen door Gernot Döllner. Die komt van Volkswagen en wordt beschouwd als een vertrouweling van de concerndirectie in Wolfsburg en Porsche baas Oliver Blume. De stalgeur van Zuffenhausen heeft blijkbaar nog steeds geen positieve connotatie in Ingolstadt; de concurrentie tussen de 2 melkkoeien van de Volkswagen Groep is legendarisch. In Ingolstadt is er reeds veel onvrede ontstaan over de veeleisende toon van Döllner.
Decennia lang heeft de Volkswagen Groep niet kunnen profiteren van haar vele sterke merken. In plaats daarvan raakten ze verstrikt in een onderlinge concurrentie, wat met name op autosportgebied weinig zin lijkt te hebben: de rivaliteit tijdens LeMans en recentelijk bij de Formule 1 is op de keper beschouwd zinloos gezien de financiële middelen die nodig zijn voor succes. Die worden binnen de Volkswagen Groep nu dus dubbel uitgegeven. Geld dat eigenlijk heel hard nodig is voor investeringen in nieuwe elektrische auto’s en verbeteringen aan het actuele gamma dat in de showrooms van het autoconcern te vinden is.
Het is niet altijd haat en nijd tussen Audi en Porsche. Zij werk(t)en gebroederlijk samen aan de ontwikkeling van het zogeheten Premium Platform Electric (PPE) dat bestemd is voor respectievelijk de Q6 e-Tron en de E-Macan. Maar in de wandelgangen valt te vernemen dat er achter de schermen veel onenigheid was over de vereisten voor deze nieuwe architectuur. Dat cumuleerde in een geschil over wie hun model als eerste op de markt mocht brengen. Anders gezegd, in plaats van het beconcurreren van BMW, Mercedes, Tesla en de oprukkende Chinezen, gingen Audi en Porsche vooral met elkaar in gevecht.
Maar ook de poging van de Volkswagen Groep om voor zoveel mogelijk modellen gebruik te maken van ion eigen beheer ontwikkelde componenten lijkt te mislukken. Kennelijk zijn er in Wolfsburg te veel zelfverklaarde merkexperts en te weinig getalenteerde technici die de ontwikkeling van nieuwe producten, waarmee ingespeeld kan worden op de uitdagingen in de branche, kunnen coördineren. De software van dochteronderneming Cariad sleept zich al jaren voort ondanks duizenden nieuw ingehuurde specialisten en de concern breed te gebruiken basis voor elektrische auto’s genaamd Scalable Systems Platform (SSP) heeft daardoor zoveel vertraging opgelopen dat het hele introductieschema voor nieuwe modellen dienovereenkomstig opnieuw moet worden opgesteld.
Het SSP omvat ook een standaard batterij cel van groepsdochter Powerco voor de accu’s waarmee de toekomstige modellen op basis van dit platform zullen worden uitgerust. Doel is dat 80 procent van de voertuigen die de Volkswagen Groep straks zal produceren gebruik gaat maken van het SSP. Dat percentage roept herinneringen op aan de MQB, het ‘duizend dingen platform’ van het autoconcern voor modellen die in formaat en prijs variëren van de Skoda Fabia tot de Volkswagen Atlas. Ook Audi maakt gebruik van de MQB architectuur, namelijk voor de A1, Q2, A3, Q3 en TT. Voor de Q1 en Q2 is geen directe opvolger gepland. Het lot van de A3 is onzeker en het is nog maar afwachten of Audi met een elektrische SUV onder de Q4 e-Tron komt. Van de TT heeft de wereld vorige week afscheid genomen.
Ook om andere redenen is de stelling houdbaar dat het merk met de 4 ringen zijn identiteit niet ontleend aan modellen met techniek die ook gebruikt wordt door Seat, Skoda en Volkswagen, maar aan de eigen MLB architectuur waar modellen vanaf de A4 en hoger / groter / duurder op gebaseerd zijn. Dat deel van het gamma vormt de ruggengraat van Audi. Maar waar MQB straks een opvolger krijgt in de vorm van SSP, heeft Audi geen toestemming gekregen voor het ontwikkelen van een equivalent van de eigen MLB architectuur. Ja, het PPE is bijna productierijp maar inmiddels is duidelijk geworden dat Volkswagen geen toestemming heeft gegeven voor doorontwikkeling van dit platform: alles moet, om kosten te besparen, SSP worden. Leuk voor volumemodellen waarmee BYD, Hyundai en Tesla kunnen worden beconcurreert, maar is alledaagse kost ook geschikt voor een automerk dat claimt een premium merk te zijn?
Uiteindelijk is de slogan van Audi: voorsprong door techniek. Dat maak je niet waar met een inwisselbaar platform als SSP. De Volkswagen Groep moet dus ophouden met het parachuteren van zetbazen bij Audi die een vertrouweling zijn van concern topman Oliver Blume. Van een kritisch tegengeluid is geen enkele organisatie slechter geworden. In Wolfsburg dient men zich goed te realiseren dat Audi, samen met Porsche, de merken die met hun eigenwijsheid en zelfvertrouwen het meeste bijdragen aan het bedrijfsresultaat.
