Het aantal automobilisten dat naar het CBR is gestuurd na asociaal of gevaarlijk rijgedrag, is het afgelopen jaar flink toegenomen. In totaal moesten 5.500 mensen verplicht een cursus volgen. In de helft van de gevallen was dat voor veel te hard rijden.
Zo’n 10 procent meer bestuurders dan in 2022 moesten dit jaar richting het CBR, zo blijkt uit cijfers die het bureau. “Het huftergedrag neemt toe”, ziet Alexander Pechtold. Hij is directeur bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. “Bedenk dat als je zo hard rijdt, en dan hebben we het over meer dan 50 km/u, dan ben je een gevaar op de weg”.
Wie door de politie aangehouden wordt voor een forse verkeersovertreding of rijden onder invloed, kan naar het CBR gestuurd worden voor ‘nader onderzoek’. Een uitkomst kan een verplichte gedragscursus zijn. Indien men weigert te gaan, dan wordt het rijbewijs ingenomen. Wie een cursus opgelegd krijgt, draait zelf op voor de kosten.
Deze zogeheten Educatieve Maatregel Gedrag (EMG) wordt opgelegd bij gevaarlijk rijgedrag of snelheidsovertredingen van meer dan 60 km/u. Sinds april is er ook de ‘lichte’ variant: LEMG. Die is voor bestuurders die voor het eerst over de schreef gingen met een overschrijding van 50 tot 60 km/u. Ook is er sinds april de cursus Drugs en Verkeer (EMD). Het CBR legde dit jaar al 5.500 gedragscursussen op: in 2.275 gevallen ging het om de LEMG en voor de EMD om ruim 2.000 automobilisten.
Tot nu toe zijn er 24.125 automobilisten naar het CBR gestuurd voor ‘nader onderzoek’ nadat zij werden aangehouden. Het ging voornamelijk om rijden onder invloed (drugs of alcohol) of gedrag (snelheid en/of gevaarlijk rijgedrag). De grootste stijging ziet het CBR in de categorie gedrag. Waar in 2022 zo’n 1.964 bestuurders doorgestuurd werden naar het CBR, ging dat dit jaar om maar liefst 5.528 personen. Het aantal personen betrapt met drugs nam iets toe naar 5.267 (+128). Het aantal bestuurders onder invloed van alcohol blijft, ondanks een daling naar 11.043 (-1.660), de grootste groep overtreders.
“Een gedragscursus moet bestuurders tot inzicht brengen”, zegt Pechtold. “We zien ook gevallen die al bij ons zijn geweest. Daar helpt het niet. Er zijn mensen die onverbeterlijk zijn”. Moet het alcoholslot terug de auto in? “Als CBR zeggen we: én de cursus én het slot zou goed zijn. Dat kan de rechter bepalen: wie moet naar een cursus en wie is onverbeterlijk en moet een alcoholslot? Maar de politiek moet oordelen”.
Ook verkeerspsycholoog Matthijs Dicke-Ogenia zou voorstander zijn voor de terugkeer van het alcoholslot. Het zou voor mensen die vaker betrapt worden een oplossing zijn. “We hebben het alcoholslot een tijdje gehad, maar de overheid vond dat het een dubbele straf was, omdat je het zelf moet betalen”. Men kijkt of het op een andere manier geïntroduceerd kan worden, zegt de verkeerspsycholoog.
Personen die een Educatieve Maatregel Gedrag opgelegd krijgen, zijn voor zo’n 90 procent jonge mannen tot 25 jaar, schetst Dicke-Ogenia. “Mannen hebben nou eenmaal wat meer met verkeer, auto’s, stoer doen, opvallen en ervan genieten om er zo snel mogelijk te zijn”. Het is een doelgroep die moeilijk te beïnvloeden is. “De EMG heeft invloed, maar niet zoveel als we zouden willen”.
De cursussen vindt de verkeerspsycholoog ook te kort. “Het doet wel iets in de gedachte van iemand die drinkt, maar het alcohol probleem wordt niet opgelost”. Er moet wat hem betreft beter gekeken worden naar de onderliggende problematiek van iemand die verplicht de cursus moet volgen. “Dat is zeker de moeite waard”, stelt hij. “Vaak zit er een ander maatschappelijk probleem onder, die wordt vaak niet aangepakt in zo’n cursus”.
