In grote steden moet de snelheidslimiet naar 30 km/u. Dat vindt de RAI Vereniging. Waar sommigen moeite hebben met deze oproep, is in Brussel te zien dat de maatregelen goed kan werken. Daar is de snelheidslimiet al 3 jaar geleden verlaagd.
De RAI Vereniging, brancheorganisatie van auto-, fiets en bromfietshandelaren, roept op dat in alle steden een snelheidslimiet moet komen van 30 km/u . Dit om het aantal verkeersongelukken omlaag te krijgen. In Amsterdam geldt dit al sinds 8 december, voor alle verkeersdeelnemers en op bijna alle wegen. Niet iedereen is er even blij mee. Zo klagen taxichauffeurs dat zij veel langer onderweg zijn.
Er is met name bezwaar tegen het feit dat de snelheidsverlaging op bijna alle wegen geldt. Men heeft er begrip voor dat dit gebeurt is in de buurt van scholen en op de kleine drukke straatjes in de binnenstad. Maar waarom zou men in Buitenveldert of Nieuw-West 30 km/u moeten rijden op een brede en overzichtelijke weg, waar het niet druk is?
In Brussel, waar de limiet al sinds 2021 is ingevoerd, waren de reacties op het begin ook niet positief, vertelt mobiliteitsverslaggever Kris Hendrickx van Brusselse omroep Bruzz. “Die onvrede zagen we vooral voorafgaand aan de invoering. Er werd een petitie gestart door de inwoners, en hulpdiensten spraken hun vrees uit”. Volgens Hendrickx zijn de nadelen die bewoners in eerste instantie zagen niet uitgekomen. “De vrees was dat het verkeer zou vast komen te zitten en dat een heleboel mensen hun werk niet meer zouden kunnen doen, maar dat blijkt niet het geval te zijn”.
Inmiddels zijn de Brusselaars gewend aan de nieuwe limiet en niet meer ontevreden. “Dat komt ook omdat cijfers uitwijzen dat reistrajecten niet echt langer zijn geworden”. En er is volgens de Brusselse verslaggever een duidelijke verandering te zien in het rijgedrag in de stad: “Je ziet dat mensen trager zijn gaan rijden, maar dat er ook minder nerveus wordt gereden. Ook op de plekken waar de snelheidslimiet niet van 50 naar 30 is gegaan, rijden de mensen rustiger”.
Verkeerspsycholoog Gerard Tentoolen begrijpt het ongenoegen bij sommige Amsterdamse weggebruikers: “Als je over een ruim opgezette weg rijdt met goede zichtlijnen, dan kan het best frustrerend zijn om je aan een snelheidslimiet van 30 km/u te moeten houden”. Tentoolen is dan ook voorstander van maatwerk: “Amsterdam kiest nu voor de ‘big bang-methode’: bijna alles in één keer over naar 30 km/u, klaar”. Maar dat is niet de enige methode, zegt hij. Er is ook de ‘Utrechtse manier’. “Dat is maximaal 30 km/u op wegen die dat uitstralen, dus waar het druk is en het zicht beperkt is. En 50 km/u op wegen die voldoende breed zijn en waar de zichtlijnen ruim zijn”. Dat minder hard rijden goed is voor de verkeersveiligheid staat buiten kijf, vervolgt Tertoolen. “Het is gewoon heel erg druk geworden in onze steden, en dan helpt het niet dat een deel van de verkeersdeelnemers een veel hogere snelheid heeft dan de rest”.
De feiten liegen er evenmin om: jaarlijks raken ruim 20.000 mensen gewond door een verkeersongeluk. In 2022 vielen er volgens het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) 745 verkeersdoden in Nederland, oftewel 163 meer dan in 2021. Hiermee is het aantal verkeersdoden weer terug op het niveau van vóór 2009. Dat het terugbrengen van de snelheid kan zorgen voor minder ongevallen, is ook te zien in Brussel. “Het gaat geleidelijk. In de eerste tijd na de invoering waren minder ongevallen en in de jaren erna alsnog. Dat zie je ook in andere steden die de snelheidslimiet invoeren. Er zijn steeds meer steden die zeggen: ‘Kijk, we gaan dat gewoon doen, dit moet eigenlijk de norm worden’ “.
