De slachtoffers van een Stellantis auto met onbetrouwbare 1.2 PureTech motor (te vinden in diverse modellen van Citroën, DS, Opel en Peugeot) hebben een open brief gestuurd naar de president van de Franse republiek. Zij trekken schouder aan schouder op met eigenaren van een Renault model met de vermaledijde 1.2 TCe benzine-unit. Hun initiatief heeft geleid tot een petitie waarin de ontwerp fouten aan beide motoren aan de kaak worden gesteld.
In een open brief dagen de verenigingen die gevormd zijn door eigenaren van auto’s uitgerust met een 1.2 TCe of 1.2 PureTech motor de president van de republiek uit om in te grijpen. Zij willen dat Renault en Stellantis op het matje geroepen worden. Het initiatief markeert een nieuwe fase in de ontevredenheid van de benadeelde klanten (ook eigenaren van een Dacia of Nissan met de 1,2 liter Renault motor zijn getroffen) die zich met het oog op collectieve acties inmiddels in verenigingsvorm georganiseerd hebben.
Dat nu de hulp van president Emmanuel Macron wordt ingeroepen, komt doordat de slachtoffers van de storingen aan de 1.2 TCe en 1.2 PureTech benzinemotoren ongeduldig worden. De mechanische problemen, waar honderdduizenden voertuigen last van hebben, hebben het uitvallen van veel motoren veroorzaakt. Daardoor zijn de eigenaren van de getroffen auto’s in delicate situaties terecht gekomen. Als reactie op de door Renault, Nissan en Dacia klanten onvoldoende geachte financiële compensatie voor de problemen met de 1.2 TCe motor, en soortgelijke klachten van eigenaren van een Peugeot, DS, Citroën en Opel met de 1.2 PureTech motor, is er besloten om juridische stappen te gaan ondernemen om een ruimere vergoeding te krijgen. De open brief is niet alleen gericht aan verschillende ministeries, maar ook aan Macron, en wordt vergezeld door een online petitie ter attentie van Bruno Le Maire, de Franse minister van Economische Zaken. De ontwikkelingen vormen een nieuwe episode in de soapserie die vooralsnog uitgemond is in een juridische patstelling.
Het probleem was al jaren bekend bij lezers / bezoekers van Autointernationaal.nl en is zich nu ook rond gaan zingen bij het grote publiek: de 1.2 TCe 4 cilinder benzinemotor die in veel modellen van Renault en Dacia zit, en door Nissan tot 1.2 DIG-T is gedoopt, is het slachtoffer van een serie ontwerpfouten. Daardoor kunnen de uitlaatkleppen verstopt raken. Hetzelfde geldt voor de 1.2 PureTech 3 cilinder die onder de motorkap van meer dan 1 miljoen auto’s van de merken Peugeot, DS, Citroën en Opel te vinden is. Ook daarvan zijn de betrouwbaarheidsproblemen inmiddels algemeen bekend. Bij de PureTech krachtbron kan de motorolie zich mengen met de benzine die door het voertuig wordt gebruikt; een fenomeen dat de oorzaak is van voortijdige slijtage van de distributieriem die zich in het motorcarter bevindt en in het ergste geval tot een breuk kan leiden. Het gaat hierbij om betrouwbaarheidsproblemen die niet het gevolg zijn van kinderziektes, maar van echte ontwerpfouten en die dus onder de wettelijke garantie van ‘verborgen gebreken’ vallen.
Eigenaren van auto’s die getroffen zijn door het ontwerpfout van de 1.2 TCe en 1.2 PureTech benzinemotoren zijn het beu om te lijden onder het slechte crisismanagement van Renault en Stellantis. In hun open brief aan Macron hekelen zij een “onevenwichtig” machtsevenwicht tussen beide fabrikanten enerzijds, de enige beoordelaars van eventuele financiële compensatie, en de vele benadeelde consumenten anderzijds, die niet profiteren van enige genoegdoening. Met als gevolg dat zij de beslissingen van Renault en Stellantis vaak als oneerlijk beschouwen. Belangrijk is om op te merken dat het hierbij niet gaat om kleine bedrage. Sommige probleemsituaties hebben geresulteerd in meer dan 10.000 euro aan kosten voor de klant wanneer het nodig is om de motor te vervangen. Deze slachtoffers zijn woedend over de passiviteit van het Franse Directoraat-Generaal voor Concurrentie, Consumptie en Fraudebestrijding (DGCCRF). Volgens de 2 verenigingen zou de consumentenbeschermingsopdracht die deze instantie in haar vaandel heeft staan nooit zijn uitgevoerd, aangezien zij nooit enig specifiek onderzoek zou hebben uitgevoerd. Het doel van beide verenigingen is daarom om de hulp te verkrijgen van de DGCCRF en van organisaties die bevoegd zijn om collectieve acties tegen Renault en Stellantis te voeren.
Mogelijk krijgen zij steun van nóg een vereniging van ontevreden autobezitters, namelijk eigenaren van een Stellantis model met de 1.5 BlueHDI dieselmotor waarvan de AdBlue tank kuren vertoond. In alle gevallen gaat het om klachten wegens zware misleiding, bedrieglijke handelspraktijken en het in gevaar brengen van mensenlevens. Er is inmiddels een voorlopig onderzoek gestart dat uiteindelijk kan leiden tot een rechtszaak voor de strafrechter, tenminste als uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van strafbare feiten. De kwestie staat inmiddels bekend als ‘Motorgate’. Door advocaat Christophe Lèguevaques wordt een collectieve actie voorbereid. Tot op heden hebben ruim 5.000 eisers zich laten registreren. De advocaat is van plan om vóór eind januari een aanmaning te sturen naar Renault en Stellantis, en om onderhandelingen te beginnen om compensatie en/of dekking te verkrijgen voor reparaties aan de auto’s van haar cliënten. Bij gebrek aan een minnelijke schikking, wat zeer waarschijnlijk is, zal hij het procedurele pad volgen. Doel is een strafrechtelijk proces. In dit kader is het belangrijk om te kunnen bewijzen dat Renault en Stellantis al geruime tijd op de hoogte waren van de problemen aan de 1,2 liter benzinemotoren. Hiertoe zal van beide fabrikanten geëist gaan worden dat zij allerlei interne documenten openbaar gaan maken. Er is sprake van een echte hindernisbaan waarvan de uitkomst pas over een aantal jaar bekend zal zijn.
