Je zou denken dat Stellantis met 14 stuks genoeg eigen merken onder zijn hoede heeft. Maar de deals die werden gesloten met Leapmotor en Voyah waren al een signaal dat het voor de Frans-Italiaanse autofabrikant gerust een onsje meer mag zijn. Dat de merkenhonger nog niet volledig gestild is, blijkt uit het feit dat Stellantis voor JLR (Jaguar Land Rover) in Noord-Amerika auto’s met de merknaam Defender gaat bouwen en verkopen.
Eerlijkheidshalve moet opgemerkt worden dat het initiatief voor de deal door JLR werd genomen. De Britten worden namelijk vol geraakt door de Amerikaanse importtarieven. De eveneens in het premium segment opererende Duitse merken BMW en Mercedes kunnen deels omzeilen omdat zij een fabriek in de Verenigde Staten hebben, maar JLR beschikt niet over een dergelijke productielocatie.
Hoewel er in deze fase slechts sprake is van een niet-bindend memorandum, denkt JLR dit probleem op te kunnen lossen door voor lokale productie van de Defender een beroep te doen op de Amerikaanse fabrieken van Stellantis. Voor die partner kan de deal ook interessant zijn omdat zij kampt met productiecapaciteit in de Verenigde Staten die momenteel niet benut wordt.
Omdat de status van de samenwerking zich vooralsnog op het niveau van een niet-bindend memorandum bevindt, is het plan nog niet uitgewerkt. Het kan dus zijn dat de uiteindelijke deal niet de productie van de huidige Defender betreft, maar de kleinere Defender Sport die momenteel ontwikkeld wordt. Bovendien is nog niet bekend in welke fabriek van Stellantis de productie plaats gaat vinden. Laat staan dat al duidelijk is wanneer de eerste Defender in de Verenigde Staten van de band rolt.
De samenwerking tussen JLR en Stellantis beperkt zich nu heel duidelijk tot Defender, maar als die succesvol is en voor beide partijen voordelen oplevert, kan het zijn dat er op meer terreinen de krachten gebundeld gaat worden. Bijvoorbeeld een gezamenlijk platform voor Range Rover, Jeep en RAM. Of de plaatsing van Maserati in een nieuwe joint venture waarbij JLR als premium specialist op operationeel niveau de leiding krijgt.
Een heel andere invalshoek is India. Nu de verkoopkansen van Westerse autofabrikanten op de Chinese markt met de dag slinken, wordt India steeds meer gezien als alternatief. Stellantis speelt daar nu nog amper een rol, maar dat kan met hulp van het moederbedrijf van JLR veranderen. Dat is namelijk het Indiase Tata Motors. Die zou haar showrooms open kunnen stellen voor Peugeot, in ruil voor toegang tot het STLA One platform van Stellantis voor het eigen merk (Tata).
Dat de eerste stap tot strategische samenwerking nu met het Defender label wordt gezet, is logisch. De Verenigde Staten is het Mekka voor de SUV. Jaguar mag dan haar imposante Type 01 vrijwel productierijp hebben, het afzetpotentieel voor een elektrische Grand Tourer is op de Amerikaanse automarkt een stuk beperkter. De lokale consument is echter dol op robuuste, avontuurlijke SUV’s.
Voor JLR is gebruikmaking van bestaande Amerikaanse productiecapaciteit van Stellantis goedkoper dan de bouw van een eigen fabriek. Ook kan de lokale fabricage op deze manier sneller opgestart worden. Een betere benutting van de Amerikaanse productiecapaciteit is voor Stellantis natuurlijk interessant, ook omdat daarmee de vaste kosten over meer auto’s die aldaar van de band rollen, verdeeld kunnen worden. Dit betekent lagere productiekosten per exemplaar, hetgeen Stellantis (of beter: Chrysler, Dodge, Jeep en/of RAM) kan helpen in de concurrentiestrijd met Ford en General Motors.
Ook de Volkswagen Groep kan op deze manier beter van repliek worden gediend. Dat autoconcern staat namelijk op het punt om het merk Scout op de Amerikaanse markt te lanceren. Als de Duitsers het slim spelen, dan laat zij de SUV modellen van dit merk profiteren van relevante knowhow die Audi (Q7, Q9), Bentley (Bentayga), Lamborghini (Urus), Porsche (Cayenne) en Volkswagen (Atlas) reeds in huis hebben. Als groep beschikt Volkswagen over een enorm ontwikkelingsbudget. JLR en Stellantis kunnen voorkomen dat zij bij voorbaat kansloos zijn in de concurrentiestrijd door de krachten te bundelen bij de ontwikkeling van de volgende generatie Defender en Wrangler. Dat hoeft zeker geen cultuurclash op te leveren omdat beide modellen zich richten op bovengemiddeld avontuurlijk ingestelde autoconsumenten. Overigens is de huidige Defender feitelijk al geen Brits product meer omdat deze terreinwagen sinds eind 2018 in het Slovaakse Nitra van de band rolt.
Kortom, een samenwerking die op het eerste gezicht niet voor de hand lag, blijkt bij nader inzien juist wel heel veel potentieel te bieden.
