Dacia overweegt om de productie van de Spring naar Europa te verplaatsen. Het kostenvoordeel van het bouwen van de elektrische budget hatchback in China wordt nu namelijk voor een belangrijk deel teniet gedaan door het geld dat moederbedrijf Renault kwijt is aan het transport van de auto naar onze marktregio.
De Spring is met 140.000 registraties in 3 jaar tijd, na de Tesla Model Y en de Model 3, de derde best verkochte elektrische auto in Europa. Het model is in ingrijpend vernieuwde vorm te zien op de autosalon van Genève (zie fotoserie). De betaalbare Dacia wordt momenteel in Hubei (China) als kloon van de lokale Renault City K-ZE gebouwd door een joint venture die de Fransen met Dongfeng hebben, maar momenteel wordt de mogelijkheid geëvalueerd om voor onze marktregio bestemde exemplaren in Europa te gaan bouwen.

De verkoop- en marketingbaas van Dacia, Xavier Martinet, laat weten dat het in China bouwen van de voor de Europese markt bestemde exemplaren “zin had op het moment toen dit model in 2021 werd gelanceerd, omdat daar de productie-infrastructuur was en de Renault Groep zo dus het investeringsrisico beperkt kon houden”. Hij voegt er aan toe dat de mogelijkheid om de Spring goedkoop te kunnen bouwen in China cruciaal is geweest voor de positionering van het model als de goedkoopste full-size elektrische auto in Europa. Maar nu vraagt hij zich af: “hoe lang zal dit voordeel blijven bestaan?”

“De assemblage in China heeft van de Spring tot nu toe tot een succes gemaakt, maar het is afwachten hoe lang dit de realiteit blijft”, aldus Martinet. “De markt verandert snel. Er komt ook regelgeving bij. Bovendien belast Frankrijk sinds kort auto’s die van ver moeten worden aangevoerd extra vanwege de grotere CO2-uitstoot tijdens het logistieke proces. Dat verandert het kostenplaatje en wellicht moeten wij ons daaraan aanpassen”.

Martinet noemde ook de evolutie van de Europese batterijproductie-industrie als een potentiële facilitator van lokale Spring productie en benadrukt dat naarmate moederbedrijf Renault het aantal elektrische voertuigen dat het in Europa bouwt, vergroot, er schaalvoordelen zouden kunnen ontstaan waarvan Dacia kan profiteren. “Er is een complementariteit van fabrieken binnen de groep, die ons in staat stelt nu andere beslissingen te nemen dan een paar jaar geleden”, zegt hij.

De Spring is niet gebaseerd op dezelfde CMF-EV architectuur die ten grondslag zal liggen aan alle elektrische modellen van Renault, dus het is onwaarschijnlijk dat de goedkope Dacia op een bestaande productielijn past. Martinet wil daarom geen fabriekslocaties noemen die mogelijk geschikt zijn voor de bouw van de Spring. Dacia heeft een eigen fabriek in het Roemeense Pitesti, maar heeft nog niks losgelaten over plannen om daar elektrische auto’s te bouwen.

Belangrijk is dat Dacia zich blijft inzetten voor een scherpe prijsstelling van de Spring en een aanzienlijke stijging van de productie kosten zal vermijden om de catalogusprijs niet in gevaar te brengen. Martinet zegt hierover: “Wij willen niet afwijken van de huidige positionering. Dat is waarom Dacia vandaag de dag zo succesvol is: de beste waarde propositie bieden in elk segment waarin wij actief zijn”.

Om de daad bij het woord te voegen, zal de vernieuwde editie van de Spring tegen een scherpere prijs worden aangeboden. Mogelijk zakt het instaptarief tot onder de 20 mille grens.
