De regering van de Amerikaanse president Joe Biden legt de auto-industrie nieuwe normen op om de uitstoot te verlagen. In 2032 moet de hoeveelheid broeikasgassen die personenauto’s in de Verenigde Staten uitstoten bijna de helft lager zijn dan in 2026.
De regering-Biden wil dat autofabrikanten dit niet alleen bereiken door meer elektrische auto’s te verkopen, maar ook door zuinigere auto’s met een verbrandingsmotor of hybride modellen te ontwikkelen. Met de doelstelling voor 2032 presenteert het agentschap voor milieubescherming EPA feitelijk een afgezwakte versie van eerdere plannen om het wagenpark in de Verenigde Staten schoner te maken.
Aanvankelijk wilde de regering-Biden dat in 2032 minstens 67 procent van alle verkochte auto’s elektrisch is. Dat plan stuitte op veel weerstand van de autofabrikanten en vakbonden in de auto-industrie. Ook analisten waren kritisch omdat de Amerikaanse consument momenteel duidelijk laat zien geen trek te hebben in de aanschaf van een elektrische auto. Vaak moet naar het kortingswapen worden gegrepen om onverkochte voorraad weg te kunnen werken. De kosten daarvan komen bovenop het gemiddelde verlies dat autofabrikanten in de Verenigde Staten nu al lijden op elektrische modellen: 6.000 dollar per verkocht exemplaar.
Nu legt de regering-Biden geen quota meer op voor het verkoopaandeel van ‘emissievrije’. Wel worden de emissiedoelstellingen voor nieuwe personenwagens gestaag steeds strenger. Die voor de eerste periode, de jaren 2027-2030, worden echter nog versoepeld, maar de uitstootreductie komt in 2032 alsnog uit op het initiële doelstellingsniveau. Dat de regering-Biden nu gas terugneemt voor wat betreft de nieuwe emissienormen, heeft tot kritiek geleid van de Amerikaanse milieubeweging. Die stelt dat men in Washington gezwicht is voor de druk van de auto-industrie.
