Topmanagers uit de Europese autobranche zijn pessimistischer over de toekomst dan een jaar geleden. Zij vrezen vooral voor meer concurrentie van goedkopere Chinese elektrische auto’s. Ook groeiende rivaliteit van Amerikaanse fabrikanten, die met steun van de overheid elektrische auto’s produceren, baart hen zorgen. Dat staat in een rapport van accountants- en adviesbureau KPMG.
In Europa worden de belastingvoordelen en subsidies voor elektrische auto’s afgebouwd. Topmanagers uit de branche zijn daardoor sceptischer dan hun collega’s in andere werelddelen over het moment waarop dit soort personenwagens evenveel zullen kosten als exemplaren met een verbrandingsmotor. Zonder Europese overheidssteun is dat een stuk lastiger. “Belastingvoordelen en subsidies zijn heel belangrijk om de verkoopgroei van elektrische auto’s te stimuleren en om vertrouwen te bieden aan fabrikanten, leveranciers, consumenten en investeerders”, zo schrijft een onderzoeker van KPMG. Autoproducenten in Europa worden ook geplaagd door aanhoudende geopolitieke spanningen. Hierdoor krijgen ze moeilijker toegang tot belangrijke grondstoffen, zoals zeldzame aardmetalen, halfgeleiders en materialen die nodig zijn voor de productie van batterijen.
De Europese Unie streeft ernaar om tegen 2035 consument die in de markt zijn voor een nieuwe auto alleen nog maar elektrische exemplaren te laten kopen. Maar de branche denkt niet dat dit gaat lukken. Topmanagers verwachten dat in 2030 slechts 30 procent van alle verkopen in Europa uit volledig elektrische exemplaren zal bestaan.
Eerder deze maand gaf kredietverzekeraar Allianz Trade al aan dat de Europese auto-industrie dringend steun vanuit Brussel nodig heeft. Zonder deze steun lopen Europese autobouwers het risico verder achterop te raken bij hun rivalen in China en de Verenigde Staten. De Europese Commissie overweegt extra belastingen op auto’s uit China te heffen. Plannen om de branche op een meer directe manier te steunen, zijn er echter niet.
