Wat maakt een auto goedkoop? Een lage aanschafprijs of zijn er meer criteria waarop je moet letten? Niet voor niets bestaat het gezegde ‘goedkoop is duurkoop’.
De totale kosten van een auto worden natuurlijk niet alleen bepaald door een lage aanschafprijs, maar ook door de wegenbelasting, de verzekeringspremie, de afschrijving en het geld dat je kwijt bent aan onderhoud. Afgezien van de Consumentenbond wordt er in Nederland maar weinig aandacht besteed aan het bedrag dat je kwijt bent aan reparaties. Dat is opvallend want is juist dat niet de stiel van gespecialiseerde automedia? Zonder al te veel veren in eigen reet te willen steken, besteedt eigenlijk alleen deze website aan de kostenpost die het humeur van auto-eigenaren kan verpesten. Dat zou te maken kunnen hebben met het feit dat importeurs niet schromen om advertenties terug te trekken als de berichtgeving al te kritisch wordt. Deze website is niet gevoelig voor dat soort dreigementen. De reden is dat de software van Google bepaalt wie er op deze website adverteert en niemand anders. Maar dat terzijde.
In de Verenigde Staten speelt dit probleem ook, maar daar laat Consumer Reports regelmatig van zich horen. Deze Amerikaanse tegenhanger van de Consumentenbond brengt jaarlijks de onderhoudskosten van auto’s in kaart. Het spreekt voor zich dat dan alleen de modellen onder de loep worden genomen die in de Verenigde Staten te koop zijn, maar daar staat tegenover dat er ook onderzoek wordt gedaan naar duurdere auto’s. De Consumentenbond richt zich op de meest gangbare modellen en dat is natuurlijk ook goed zo.
Ondanks dat de analyse van Consumer Reports zich richt op de Noord Amerikaanse automarkt, zijn de uitkomsten (groten)deels ook relevant voor ons, Europese autoconsumenten. Want als eigenaren van een bepaald model in de Verenigde Staten leeglopen op de onderhoudskosten, dan zal dat in onze wereldregio niet anders zijn. En uit het onderzoek van Consumer Reports wordt pijnlijk duidelijk dat autofabrikanten die rondbazuinen producten van premium kwaliteit te leveren, die status lang niet altijd verdienen als er gekeken wordt naar de reparatiegevoeligheid.
Bij het Consumer Reports onderzoek moet echter wel een kanttekening worden geplaatst. Er werd namelijk enkel geïnventariseerd wat eigenaren van een bepaald model kwijt zijn aan onderhoud. Reparatiekosten, bijvoorbeeld na een aanrijding met schade, zijn buiten beschouwing gelaten. Daar zal Tesla blij om zij want juist bij dit merk is herstel uitgesproken duur. Terwijl dit merk met haar elektrische auto’s juist zeer goed scoort als het gaat om de onderhoudskosten. In het onderzoek van Consumer Reports is bovendien geen rekening gehouden met de kosten van vervanging van de batterij. De reden is dat deze component van een elektrische auto (doorgaans) een relatief lange levensduur heeft.
Indien er niet gelet wordt op de kosten van schadeherstel of batterijvervanging, dan is Tesla volgens Consumer Reports de grote winnaar van het onderzoek. De auto’s van dit merk zijn het goedkoopst in het onderhoud. Zowel gedurende de eerste 5 jaar dat de Tesla in bezit is, als in de periode daarna (6-10 jaar of langer dan 10 jaar). Het gaat om bedragen van respectievelijk 539 dollar per jaar, 3.213 dollar en 3.753 dollar. Ter vergelijking: aan een Land- of Rover Rover zijn Amerikanen dan 3.953 dollar, 13.950 dollar en 17.903 dollar per jaar kwijt. Porsche scoort niet veel beter met respectievelijk 3.720 dollar, 9,384 dollar en 13.104 dollar.
Anders gezegd: financieel in staat zijn om een (sport)auto uit Stuttgart-Zuffenhausen aan te schaffen is dus niet hetzelfde als in staat zijn om die bolide ook te onderhouden. Auto’s van andere Duitse premium merken zijn ook niet bepaald goedkoop in het onderhoud. Althans van exemplaren die ouder zijn dan 5 jaar. Bij auto’s van een jongere leeftijd zijn de onderhoudskosten niet zoveel hoger dan gemiddeld. Dat komt omdat Duitse premiummerken als BMW uiterst bedreven zijn in het minimaliseren van dit soort uitgaven om zo in een goed blaadje te kunnen staan leasebedrijven. De onderhoudskosten worden gedurende de contractperiode (vaak de eerste 5 jaar) kunstmatig laag gehouden zodat wagenparkbeheerders scherpe tarieven kunnen rekenen. Maar het gelag moet achteraf betaald worden, bijvoorbeeld door kopers van een tweedehands BMW.
Gelukkig kan het ook anders. Dat bewijst niet alleen Tesla, maar ook bijvoorbeeld Toyota (onderhoudskosten in de 3 periodes 1.046 dollar per jaar, 3.511 dollar respectievelijk 4.557 dollar), Hyundai (1.060 / 4.185 / 5.245 dollar), Nissan (1.209 / 4.092 / 5.301 dollar), Mazda (1.302 / 4.092 / 5.394 dollar, Honda (1.335 / 4.092 / 5.427 dollar) en Kia (1.349 / 4.092 / 5.441). Allemaal Aziatische (op Tesla na) volumemerken dus. Geen toeval, want een dergelijke onderzoeksuitkomst zien we doorgaans ook terug bij de Consumentenbond. Bij Volkswagen vallen de onderhoudskosten gedurende de eerste 5 jaar nog wel mee (1.018 dollar per jaar), maar daarna rijzen ze net als bij BMW de pan uit (5.055 respectievelijk 6.073 dollar).
Automerken die in Europa niet of nauwelijks een rol van betekenis spelen, zijn in dit verslag van het onderzoek van Consumer Reports buiten beschouwing laten. Het gaat daarbij onder andere om Buick, Cadillac en Lincoln. Bij de premium merken die ook in Europa volop actief zijn, zien we dat de modellen van Lexus de laagste onderhoudskosten hebben: jaarlijks gemiddeld 1.628 dollar bij auto’s die maximaal 5 jaar oud zijn en 4.650 respectievelijk 6.278 dollar bij andere exemplaren. Minder vriendelijk voor de portemonnee zijn de producten van Subaru (1.581 / 5.115 / 6.696 dollar), Mini (1.418 / 5.673 / 7.091 dollar), Volvo (1.660 / 6.975 / 8.635 dollar), BMW (1.581 / 7.254 / 8.835 dollar), Audi (1.767 / 7.431 / 9.198 dollar) en Mercedes (2.651 / 7.138 / 9.788 dollar). Maar Porsche en vooral
Land Rover spannen dus de kroon. Denk dus 2 keer na voordat je een auto van een van deze merken koopt!
