Tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van de Renault Groep konden de bezoekers kennismaken met de nieuwste en de toekomstige modellen van het Franse automerk.
Daaronder bevond zich de Twingo Legend conceptstudie. Renault had de productie versie graag samen met Volkswagen gemaakt, maar de Duitse branchegenoot ziet daar vanwege de afgekoelde vraag naar elektrische auto’s nu toch van af. Jammer, maar ook slecht nieuws kan aanleiding zijn om nog eens aandacht te besteden aan dit ontwerp. Zo zie je hier niet eerder gepubliceerde foto’s van het interieur.

De Twingo Legend concept, die afgelopen november uit het niets ten tonele verscheen, kondigt de aanstaande lancering van de vierde generatie van de Franse stadsauto aan. De comeback moet medio 2026 plaatsvinden. Dit betekent dat Renault 2 jaar de tijd heeft om van de conceptstudie een productierijpe auto te maken. Westerse autofabrikanten zijn gewend om 4 tot 5 jaar uit te trekken voor het ontwikkelingstraject, maar de sterk toegenomen Chinese concurrentie dwingt hen er toe deze klus voortaan in half zoveel tijd te klaren. Rivalen als BYD, Nio en Xiaomi hebben doorgaans slechts 2 jaar nodig om van een ontwerp een verkoopklare auto te maken.

Net als Renault voelt ook Volkswagen gedwongen om zich aan deze nieuwe ontwikkelingstijdsnorm aan te passen. Wat dit betreft zouden zij ideale partners zijn geweest om samen snel een goedkope elektrische auto op de markt te brengen, maar helaas. Praktisch betekent de door de Chinezen opgevoerde tijdsdruk dat de productieversie van de nieuwe Twingo sterk op dit showmodel zal lijken, en dus geïnspireerd zal zijn door de eerste generatie van de aandoenlijk uit zijn ogen kijkende Renault, die op zijn beurt een beetje als een kikker oogt.

Het wybertjes logo op de motorkap is verlicht. Aan de buitenkant zijn er al met al talloze toespelingen op het originele model.

Het interieur zal ook de eerste generatie Twingo, die in 1993 werd gelanceerd, imiteren. Dat is duidelijk te zien op deze eerste foto’s die van het kleine Franse meisje konden worden gemaakt tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van de Renault Groep.

Zo krijgt de nieuwe Twingo een dashboard dat niet alleen strak en goed geassembleerd oogt, maar ook onmiskenbaar een knipoog is naar de boordplank van het originele model in 1993. Ondanks dat het interieurontwerp van de nieuwe Twingo deels bewaard blijft (er kon nog niet in de cabine van het Legend showauto worden plaatsgenomen), kon wel worden ontdekt dat het toekomstige model een stuur met een dikke velg krijgt dat doet denken aan het exemplaar van de nieuwe Citroën ë-C3. Maar het verwijst ook naar het stuurwiel van de originele Twingo, dit vanwege de aanwezigheid van een cilindrische buis in het midden, waarop het opschrift ‘Renault’ en het nieuwe logo verschijnen. Achter het stuur zien we een dun display dat als instrumentenpaneel zal fungeren.

In tegenstelling tot de laatste generatie Twingo die tot voor kort verkrijgbaar was, krijgt de nieuwe versie stoelen met aparte hoofdsteunen. Net als het origineel uit 1993 biedt de toekomstige elektrische stadsauto van Renault achterin plaats aan 2 individuele stoelen die in lengterichting verschuifbaar zullen zijn.

Het meubilair voorin is geleend van de nieuwe Renault 5 E-Tech. Dat is geen toeval: de 2 auto’s delen hun AmpR Small platform. Het centrale scherm, geïntegreerd in een soort zwarte doos in het midden van het dashboard, lijkt op dat van de Renault Master en de jongste Dacia Duster. Het zou dus diagonaal 10,1 inch kunnen meten en zal worden verbonden met het multimediasysteem OpenR Link met Reno stem assistent.

De nieuwe Twingo moet het instapmodel van Renault worden, met een geplande instapprijs van 20.000 euro. Om dit te bereiken, heeft het merk zijn routekaart al gedefinieerd in de vorm van een vermindering van het aantal onderdelen, een productie in minder dan 10 uur en een verkorte ontwikkelingstijd. Renault zal ook haar toevlucht nemen tot het gebruik van LFP-batterijen (lithium-ijzer-fosfaat), waarvan er 2 capaciteit-versies worden aangeboden. Hoewel deze chemische samenstelling een lagere dichtheid biedt dan de NMC (nikkel-mangaan-kobalt) exemplaren van de 5 E-Tech, is deze goedkoper en ruim voldoende voor een stadsauto. Renault heeft onlangs een LFP-batterijleveringscontract getekend met een Zuid-Koreaanse fabrikant, namelijk LG Chem; een historische partner van de Franse autofabrikant, wiens cellen voor de Europese markt in Polen worden geproduceerd.

Maar om het Twingo Legend project economisch rendabel te maken, is Renault op zoek naar een partner om de ontwikkelingskosten mee te delen en die over het benodigde productievolume beschikt. Luca de Meo, de baas van de Franse autofabrikant, was hierover in onderhandeling met de Volkswagen Groep. Maar de Duitsers maakten in de afgelopen dagen een eind aan de gesprekken, juist toen een akkoord dichtbij leek. Het knelpunt zou de productieplaats van elektrische stadsauto’s zijn. Renault plant de assemblage in zijn Sloveense fabriek in Novo Mesto, waar ook de 2 vorige generaties Twingo van de band rolden. Volkswagen echter, dat momenteel om tafel zit met zijn vakbonden, wilde het model (vanuit Duits perspectief effectief de spirituele opvolger van de e-Up) intern produceren.

Gelukkig heeft het stuklopen van de onderhandelingen er niet toe geleid dat het Twingo Legend project nu ter discussie wordt gesteld. Renault blijft naar eigen zeggen openstaan voor andere samenwerkingsmogelijkheden. Die zouden er toe kunnen leiden dat met Geely de samenwerking wordt uitgebreid. In Zuid-Korea hebben beide autofabrikanten elkaar al gevonden op het vlak van stekker hybride middenklassers en op mondiaal niveau voor de doorontwikkeling van verbrandingsmotoren. Geely is voor de helft eigenaar van het Smart merk en hoewel de Chinese topman een onverschrokken imago heeft, deist hij er voor terug om zonder hulp een opvolger voor de Fortwo (‘Smart #2’) te ontwikkelen. Misschien kan dit gecombineerd worden met een Europese productie onder regie van Renault van een aantal modellen uit de Geely portefeuille. Renault zou daarmee rivaal Stellantis, dat zich onlangs bij het Chinese Leapmotor inkocht voor toegang tot knowhow over budgetvriendelijke elektrische auto’s, een hak kunnen zetten.

Hoewel de alliantie met Nissan zeker niet morsdood is, is het twijfelachtig of deze Japanse speler om in het Europese A-segment meer actief te worden. De eerdere poging om met de Pixo een voet tussen de deur te krijgen, was niet bepaald succesvol. De Meo heeft meer kans op succes als hij een glaasje Japanse rijstwijn gaat drinken met de topman van Honda, die ook op zoek is naar een partner voor haar toekomstige elektrische stadsauto; een spirituele opvolger voor de Logo dus. Qua carrosserieproporties verschilt dat model niet hemelsbreed van de Twingo Legend.

In de wandelgangen van Renault valt te vernemen dat De Meo nu daadwerkelijk naar bepaalde Chinese autofabrikanten kijkt om technische componenten (motor, vermogenselektronica, enz.) te verkrijgen tegen een concurrerende kostprijs/productieprijs. Het bezoek van de topman aan de laatste Shanghai Motor Show was vast geen toeval!
