De Belgische regeringen (ja, meervoud want bij onze zuiderburen is er van één kapitein op het schip geen sprake, maar van federale en regionale kabinetten) willen al het mogelijke doen om de Audi fabriek in Brussel ook na 2026 een toekomst te geven. Dat staat in een intentieverklaring die premier Alexander De Croo (Open VLD) wil overhandigen aan de directie van de Duitse autoproducent.
De toekomst van de Audi-fabriek hangt al een tijdje aan een zijden draadje nadat de hoofddirectie in Ingolstadt had laten weten dat de opvolger van de Q8 e-Tron niet in de Brusselse deelgemeente Vorst, maar in Mexico zal worden gebouwd. Veel kans op een order voor de productie van een ander model met 4 ringen op de grille is er niet, want Europa kampt met een grote overcapaciteit in de auto-industrie. De Volkswagen Groep, waartoe Audi behoort, kampt ook met dit probleem.
Tot eind 2026 is de productie in Vorst gegarandeerd, maar wat er daarna zal gebeuren, is onduidelijk. De Croo richtte enkele maanden geleden al een taskforce op (met daarin ook vertegenwoordigers van de regionale regeringen). Die buigt zich over de toekomst van de fabriek. België wil er alles aan doen om een nieuw model naar Brussel te halen en om zo veel mogelijk banen te behouden.
Zolang niet duidelijk is wat Audi van plan is met de fabriek, kan de overheid geen concreet steunpakket aanbieden. Maar in de brief waarmee De Croo naar Vorst gaat rijden, worden wel alle mogelijke maatregelen opgesomd, zoals bijvoorbeeld financiële steun voor investeringen in innovatie en opleidingen, een betere bereikbaarheid van de fabriek via het spoor en een vlotte aflevering van vergunningen voor een windturbine die Audi wil bouwen.
Binnen de Vlaamse regering wordt verbaasd gereageerd op de demarche van De Croo om naar Audi te gaan. Er wordt gewag gemaakt van een campagnestunt van de premier want binnenkort zijn er verkiezingen in België. Bij Audi werken in Brussel zo’n 3.000 mensen.
