Vorige week meldde de CEO van autoconcern Stellantis, Carlos Tavares dat verlieslatende merken afgestoten zouden kunnen worden. Al gauw gonsde het van geruchten dat Maserati als eerste van de hand gedaan zou kunnen worden vanwege gekelderde verkopen en sterk toegenomen verliezen (in het eerste halfjaar 82 miljoen euro). Natalie Knight, de financieel directeur van Stellantis, sprak over een “ander thuis” voor het merk.
Dergelijk nieuws kunnen de dealers van Maserati natuurlijk missen als kiespijn. Zij hebben sowieso al moeite genoeg om klanten te vinden. Daarom komt Stellantis nu met een extra persbericht: zij zegt een “onwankelbaar vertrouwen” in Maserati te hebben en dat verkoop niet aan de orde is. Ook laat een woordvoerder weten het merk niet te willen onderbrengen bij “een Italiaanse luxegroep”. Met die mededeling doelt hij ongetwijfeld op Ferrari. Maar of dat geloofwaardig is, is een ander verhaal.
Ook in de rest van de Stellantis merken wordt vertrouwen uitgesproken. Dat is met name prettig voor DS. Dat merk behoort net als Maserati vanuit verkoop- en rentabiliteitsoogpunt namelijk ook tot de rotte appels in de Stellantis mand. Knight zegt nu dat Maserati in een belangrijke transitiefase zit naar een breder elektrisch aanbod en dat daar veel van verwacht wordt. Maar dat kan ijdele hoop blijken te zijn als de doelgroep bij nader inzien toch liever een luxe auto met ronkende verbrandingsmotor hebben.
