Het is al jaren dé belofte voor de toekomst: zorgeloos in jouw zelfstandig rijdende auto stappen en automatisch van A naar B reizen. Maar helaas gaat dit nog niet goed: sinds 2016 vielen er al 14 doden en 59 gewonden in Tesla’s waarvan gezegd werd dat die autonoom aan het verkeer kunnen deelnemen. De oorzaak: softwareproblemen.
Het grote aantal ongelukken met zelfrijdende Tesla’s waren reden voor de Amerikaanse krant Wall Street Journal om onderzoek te doen naar de technologie die het merk gebruikt voor deze auto’s. Hieruit bleek dat de 200 ongelukken vooral te maken hebben met het camerasysteem dat Tesla gebruikt. Daar waar andere automerken vertrouwen op nauwkeurige Lidars (een radarsysteem dat laserpulsen van objecten terugkaatst om deze te lokaliseren en te meten), vertrouwt Tesla volledig op het gebruik van camera’s. Die zijn aanzienlijk goedkoper, registreren wat er op de weg gebeurt en zorgen dat de auto, indien nodig, ingrijpt.

Volgens Elon Musk, de oprichter van Tesla, zijn camera’s meer dan voldoende om de zelfrijdende auto’s veilig de weg op te sturen. De autofabrikant legt in reacties op (fatale) ongelukken vaak de verantwoordelijkheid bij de bestuurder. Plannen om de camera’s aan te vullen met bijvoorbeeld Lidars zijn er op dit moment dus niet. Maar zonder Lidar is het systeem van Tesla op dit moment niet goed genoeg om de auto’s als “zelfstandig rijdend” te bestempelen, vindt Dariu Gavrila, hoogleraar Intelligent Vehicles aan de TU Delft. Het systeem van Tesla, dat op cameratechnologie en machine learning is gebaseerd, is volgens hem te beperkt.
“Met machine learning kan het systeem objecten detecteren waarvan het al eerder voorbeelden heeft gezien. De auto’s worden getraind met voorbeelden”, legt hij uit. En dat werkt volgens Gavrila, die zich al meer dan 25 jaar bezighoudt met het onderwerp omgevingswaarneming voor auto’s met behulp van intelligente sensoren. Die zijn volgens hem goed voor objecten die vaak voorkomen en waar veel voorbeelden van zijn, zoals voetgangers, auto’s, stoplichten en regelmatig voorkomende verkeerssituaties. “Maar als er een koelkast van een vrachtwagen valt of een auto is op zijn kop, heeft het systeem daar weinig voorbeelden van. Dat gaat dan vaker fout, vooral als je het dan nog combineert met de beperkingen van cameratechnologie”, aldus Gavrila.

De hoogleraar benadrukt dat de Tesla’s dus geen echte zelfrijdende auto’s zijn. “Een bestuurder moet nog steeds dat systeem checken en zijn oog op de weg houden. Het systeem kan in 99.99 procent van de gevallen zelf rijden, maar in die overige gevallen gaat het fout. En dan moet de bestuurder paraat zijn om in te springen”. Er zijn volgens Gavrila 2 dingen die Tesla kan toevoegen om het systeem te perfectioneren. “Ten eerste: meerdere sensoren gebruiken, dus naast camera’s ook Lidar radars. Deze werken met verschillende meetprincipes en kunnen ook willekeurige obstakels detecteren. Ten tweede: niet alleen inzetten op AI-technologie, maar ook op klassieke roboticatechnieken die meer geometrische kennis gebruiken”.
Uiteindelijk is de hoogleraar wel een voorstander van zelfstandig rijdende auto’s. Hij gelooft zelfs dat, in perfecte gevallen, ze ons meer veiligheid op de weg kunnen brengen. Ook ziet Gavrila een toekomst voor zich waarbij wij dit soort auto’s niet meer kunnen negeren. “Voor mij is het niet de vraag of we volledig zelfrijdende technologie gaan krijgen, maar slechts wanneer”, aldus de wetenschapper.
