Gisteren werd bekend dat de soep voor wat betreft de hogere invoerbelasting op de in China geproduceerde Tesla Model 3 minder heet gegeten gaat worden dan hij werd opgediend: in plaats van dik 20 procent hoeft de Amerikaanse autofabrikant slechts 9 procent meer te gaan betalen voor in de Europese Unie verkochte exemplaren.
Het besluit van Brussel om de toevloed aan Chinese auto’s op de Europese markt in de dammen met een extra importheffing leidde niet alleen in Peking tot protest, maar ook Westerse merken die bepaalde modellen goedkoop in China laten bouwen, trokken aan de bel. In de wandelgangen van het kantorencomplex van de Europese Unie hebben lobbyisten nu voor elkaar gekregen dat ook de in China geproduceerde modellen van BMW, Mini en Volkswagen in aanmerking komen voor verlaging van de extra importheffing.
Gisteren werd al gemeld dat voor Tesla de toeslag daalt van 20,8 procent naar 9 procent. De elektrische Mini’s (Cooper (S)E en Aceman) en de BMW iX3 komen nu weg met 21,3 procent toeslag in plaats van 37,6 procent. Voor de Volkswagen Groep (Cupra Tavascan) geldt dezelfde tariefverlaging.
Dat BMW / Mini en Volkswagen / Cupra niet voor dezelfde korting in aanmerking komen als Tesla, komt doordat de laatste in China haar elektrische auto’s in eigen beheer produceert en niet via een joint venture, zoals de Duitse ondernemingen. Tesla had gehoopt om helemaal te ontkomen aan de extra importheffing, maar dat verzoek wordt door de Europese Unie niet gehonoreerd. Reden is dat er in Brussel kon worden aangetoond dat Tesla haar batterijen in China onder de marktwaarde kan inkopen.
Met de extra importheffing hoopt de Europese Unie het speelveld voor wat betreft de verkoop van elektrische auto’s in Europa gelijk te trekken. China gaf haar nationale fabrikanten een economisch voordeel door hen onder meer leningen tegen een zeer laag rente te verstrekken, bouwgrond voor fabrieken opvallend goedkoop te maken en door tal van andere subsidies beschikbaar te stellen.
