In de Randstad is het nog steeds een stuk makkelijker om een publieke laadpaal te vinden voor de elektrische auto dan daarbuiten. Maar het landelijke netwerk lijkt steeds minder op een gatenkaas. Op de meeste plekken is er op loopafstand inmiddels een laadpaal.
Grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag scoren qua beschikbaarheid van laadpalen. Aldaar is er inmiddels meer dan 1 laadpaal per 100 inwoners, zo valt op te maken uit gegevens van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en het CBS. Maar de echte laadpaalwalhalla’s zijn op verrassende plaatsen te vinden.
Wat te denken van de Zeeuwse gemeente Sluis, met 594 laadpalen op ruim 23.000 inwoners. Of Loon op Zand, met meer dan 500 laadpalen op 24.000 inwoners. Het blijkt dat deze laadpalen er vooral voor de bezoekers staan. Het gaat voor een groot deel om ‘semi-publieke’ exemplaren, die in de gemeente Sluis bijvoorbeeld bij hotels en vakantieparken aan de kust staan. In Loon op Zand staat 1 op de 3 laadpalen voor de ingang van de Efteling.
Minder goed bedeeld zijn vooral plattelandsgemeenten in het noord- en zuidoosten van het land. Het Friese Dantumadiel draagt wat dit betreft de rode lantaarn, met slechts 17 laadpalen op 19.000 inwoners. De verklaring: in deze gemeente hebben bovengemiddeld veel mensen een eigen oprit. Mensen kunnen dan gewoon thuis hun auto opladen met hun eigen zonnepanelen. Daarvan zijn er wél heel veel van in Dantumadiel. Uit gegevens van het CBS blijkt dat meer dan de helft van alle huizen in deze gemeente zonnepanelen op het dak heeft. Alleen in Tynaarlo (Drenthe) is het aandeel nog hoger.
Per saldo zijn Nederlanders heel positief over de laadinfrastructuur. Uit jaarlijks onderzoek van de Vereniging Elektrische Rijders blijkt dat de meeste mensen op de eigen oprit laden. Die mogelijkheid geven zij een rapportcijfer 9. Maar ook publieke laadpalen scoren een ruime voldoende. Door de toenemende actieradius van elektrische auto’s komt het voor de meeste eigenaren van dit type personenwagen ook niet vaak voor dat ze onderweg moeten opladen. In de gevallen dat dit moet, is er eigenlijk altijd wel een laadpunt in de buurt. Snelle stations zijn tegenwoordig echt heel ruim voorradig.
Met de zogeheten Nationale Agenda Laadinfrastructuur werken lokale overheden toe naar een landelijk dekkend laadnetwerk. Het moet ervoor zorgen dat in alle woonwijken laders op loopafstand beschikbaar zijn. In totaal zijn er zo’n 15.000 ‘vakjes’ op de kaart waar minstens één lader zou moeten staan. Inmiddels is ongeveer 85 procent van die vakjes ingevuld. Wel zijn er nog 2.300 ‘gaten’ in het landelijke laadnetwerk. Er is dus nog werk aan de winkel, maar er is ook al veel verbeterd: 3 jaar geleden waren er nog meer dan 6.000 blinde vlekken. Door het hele land werden vorig jaar ruim 60 openbare laadpalen per dag geplaatst. Dat tempo is de afgelopen jaren flink omhoog gegaan, waardoor er nu meer dan 160.000 (semi-)openbare laadpunten zijn.
