De klimaatvoordelen van het ‘uitfaseren’ van voertuigen met een verbrandingsmotor wegen niet op tegen de aanschaf van een elektrische auto. Dat schrijven wetenschappers van de Universiteit van Californië. “Vanuit het perspectief van emissies is het bijna nooit te vroeg om over te stappen”.
Oprijden of inruilen? Iedere particuliere autobezitter kent het dilemma. De vraag is ook actueel als je er vanuit het perspectief van het klimaat naar kijkt. Een elektrische auto is, eenmaal geproduceerd, (natuurlijk) schoner dan een ouwe benzinebak, maar hoe is de situatie als je ook de productie en de logistieke aspecten van het nieuwe voertuig meeneemt? Menigeen denkt dat het beter is om jouw huidige auto met een benzinemotor (of dieselmotor) eerst helemaal op te rijden.
Dat is echter een misvatting. Onderzoekers van de Universiteit van Californië hebben berekend dat de milieuvoordelen van het vervangen van een auto met verbrandingsmotor door een elektrisch alternatief al direct merkbaar zijn. Vooral omdat er dan geen broeikasgassen meer uitgestoten worden. De onderzoekers namen namelijk ook emissie-effecten van de winning van fossiele brandstoffen mee.
Er is echter wel een uitzondering: als jij jaarlijks minder dan 7.000 kilometer per jaar rijdt, dat is het voordeel voor het klimaat van een nieuwe elektrische auto te gering om de broeikasgassen, die bij de productie van het voertuig én de batterijen vrijkomen, te compenseren.
