‘In het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst’. Met die welbekende, verplichte waarschuwing van bedrijven die zeggen jouw geld goed te kunnen beleggen, kan de situatie van Stellantis topman Carlos Tavares het beste samen worden gevat.
Onder leiding van Tavares heeft Stellantis in het verleden recordwinsten behaald en ook de onder zijn leiding tot stand gekomen fusie tussen Peugeot SA (waar hij reeds de baas was) met Fiat Chrysler Automobiles is vanuit Europees perspectief redelijk vlekkeloos verlopen. Maar inmiddels is het tij gekeerd. Zowel in Europa als in Noord Amerika verliest Stellantis marktaandeel en dat leidt tot onrust bij aandeelhouders: is Tavares wel de juiste man om ook in de toekomst achter het stuur te blijven zitten bij de autofabrikant?
Tavares (66) heeft nog een contract tot 2026, maar Stellantis bestuursvoorzitter John Elkann zou aansturen op een vroegtijdig vertrek van de CEO. Met name de grote moeilijkheden die het autoconcern momenteel op de Noord-Amerikaanse markt ondervindt, zouden daar de aanleiding voor zijn. Zoals gezegd verliest Stellantis gestaag marktaandeel in de betreffende regio en daalt ook de winst die het bedrijf daar maakt.
Met name de Amerikaanse dealerorganisatie (National Dealer Council) is helemaal klaar met Tavares. Die bekritiseert om te beginnen het salaris dat de Stellantis topman vorig jaar heeft ontvangen: 36,5 miljoen euro. De dealerorganisatie vindt dat veel te veel geld gezien de puinhoop die Tavares op de Noord-Amerikaanse markt heeft aangericht. Daarnaast wordt de topman verweten “roekeloze korte termijnbeslissingen” te nemen.
Dat de kritiek juist uit Noord-Amerikaanse hoek komt, is niet verwonderlijk. Sinds de fusie van Fiat Chrysler Automobiles met Peugeot SA gaat de meeste aandacht uit naar hoe Zuid-Europese merken als Alfa Romeo en Lancia weer opgelapt dienen te worden, en naar de herpositionering van Citroën. Het is daarom niet verwonderlijk dat men zich in de Verenigde Staten stiefmoederlijk behandeld voelt. Maar is die kritiek ook terecht?
Het eerlijke antwoord is: ja. Jeep is bij ons succesvol, maar dat is enkel aan de Avenger te danken; onderhuids een DS 3 of Opel Mokka. De modellen die onder leiding van Tavares primair voor de Noord Amerikaanse markt zijn ontwikkeld, zijn lang niet zo succesvol. Zo vindt men het aldaar een blunder dat de iconische Cherokee een stille dood gestorven is. Chrysler zit nog steeds te prutsen met enkel een MPV model, de Pacifica. Bij Dodge zijn de beroemde Charger en Challenger met hun befaamde V8 motor uit productie genomen. De gepresenteerde opvolger heeft een volledig elektrische aandrijflijn, maar dat is nou net wat Amerikanen niet willen. Om die reden zijn de genoemde dealers ook sceptisch over het afzetpotentieel van de elektrische pick-up die Stellantis voor het bedrijfsauto merk Ram heeft ontwikkeld (foto).
Tavares heeft ook een bord voor zijn kop als het gaat om het management van Opel. Als Duits merk heeft die Stellantis dochter een D-segment model nodig. Die ontbreekt sinds het saneren van de Insignia. Een onvergeeflijke fout, want niet zozeer de Golf vorm het hart van de Duitse automarkt, maar het segment daarboven (Passat, A4, 3-serie, C-klasse). Opel krijgt medio 2026 wel een elektrische cross-over die met een beetje goede wil in het D segment te positioneren valt (vermoedelijk gaat die Manta heten), maar dat model gaat in Italië gebouwd worden. Snapt Tavares nou echt niet dat je daarmee geen Duitse autoharten verovert? Het is net zoiets als de DS 9 in China laten produceren en dan verwachten dat Fransen daar enthousiast over zijn.
Ja, het is begrijpelijk dat er momenteel aan de stoelpoten van Tavares gezaagd wordt.
