De marktintroductie van de nieuwe Citroën ë-C3 verloopt niet bepaald vlekkeloos. Eerder was al bekend geworden dat de opstart van de productie vertraagd was vanwege softwareproblemen. Nu dreigt de Citroën ë-C3 in Frankrijk ook de koopondersteuning van de overheid te verliezen.
In het kader van zogeheten sociale leasing kunnen Franse autoconsumenten vanaf 54 euro per maand in de nieuwe ë-C3 rijden. Voor velen blijkt dat een onweerstaanbaar aanbod te zijn. Inmiddels zijn er via de sociale leasing al 6.000 exemplaren van de elektrische Citroën besteld. Maar een voorwaarde van de begin dit jaar ingevoerde subsidieregeling is dat de betreffende voertuigen dan wel vóór 1 oktober op kenteken gezet moeten gaan worden. En dat gaat lastig worden aangezien de productie pas veel later op gang is gekomen dan gepland.

Inmiddels lopen nu eindelijk de eerste exemplaren van de ë-C3 in de Stellantis fabriek in Trnava, Slowakije, van de band. Als ‘bewijs’ is bovenstaande foto gemaakt. De vrachtwagens moet de Citroën naar Frankrijk gaan exporteren. Vóór 1 oktober. In het geval van de gefotografeerde lading zal dat wel lukken, maar geldt dat ook voor alle andere in Frankrijk via sociale leasing bestelde exemplaren? Het gaat dus om 6.000 stuks.
Citroën is op dit vlak momenteel in een grote race tegen de klok verwikkeld. Indien de ë-C3 te laat (dus na 1 oktober) op kenteken wordt gezet, dan vervalt de subsidie. Dat kan Citroën heel veel geld gaan kosten. Het gaat om 13.000 euro per gesubsidieerd huurpakket. Vermenig dat bedrag met 6.000 en je komt uit op 78 miljoen euro.
Daarom werkt Stellantis momenteel in Slowakije hard aan een inhaalslag. Franse klanten krijgen nu begrijpelijkerwijs voorrang bij de toewijzing van de eerste lichting geproduceerde exemplaren van de ë-C3. Dit betekent dat kopers uit andere landen langer om hun elektrische Citroën moeten wachten. Ook Nederlandse klanten voor de ë-C3.
