Het is een open deur: batterijen zijn belangrijk voor de transitie naar elektrische mobiliteit. Maar de productie in Europa loopt flink achter op die elders in de wereld. Dat kan alleen worden opgelost door samenwerking binnen de Europse Unie.
Wereldwijd groeit de vraag naar batterijen. Ook in Europa, waar de klimaatdoelen ambitieus zijn. Maar juist hier raken we achterop met de productie van batterijen. Bedrijven als het Zweedse Northvolt, ooit ‘de hoop van de Europese batterijmarkt’, moet vechten voor zijn leven.
Het probleem: Northvolt is er tot nu toe nog niet in geslaagd om voldoende batterijen van hoge kwaliteit te leveren voor elektrische voertuigen. Grote autofabrikanten als BMW gaan hierdoor noodgedwongen met Aziatische leveranciers in zee. Dat is niet alleen pijnlijk voor Northvolt, maar voor de hele Europese industrie.
Terwijl landen als China en de Verenigde Staten hun batterijproductie versnellen, gaat dit in Europa slechts moeizaam. De reden is dat er sprake is van een enorme afhankelijkheid van Oost-Aziatische landen voor de levering van kritieke grondstoffen en onderdelen die nodig zijn voor de productie van batterijen. Dat maakt de Europese markt erg kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en handelsconflicten.
In tegenstelling tot Europa besloot China tientallen jaren geleden al het roer om te gooien. Dit land wilde niet afhankelijk blijven van olie en ging heel gericht en met een langetermijnvisie aan de slag met het ontwikkelen van batterijen. Daarbij komt dat China heel goed is in het opschalen naar grootschalige industriële productie. Dat de stap om al vroeg met batterijen aan de slag te gaan goed heeft uitgepakt voor China, blijkt uit het succes van Chinese autofabrikanten. Die slagen er inmiddels uitstekend in om relatief goedkope elektrische voertuigen te maken.
Toch is de race nog niet verloren voor de Europese batterij-industrie. Europa is creatief en goed in het ontwikkelen van innovatieve ideeën. De ‘start-up-scene’ is sterk hier. De eerste groeifase verloopt vaak goed voor nieuwe technologieën. Het probleem zit hem voor Europa vooral in het opschalen van projecten naar grootschalige industriële productie. Daar is China dus veel beter in.
Om de achterstand in te lopen, dient Europa een lange adem te hebben. Overheden en investeerders moeten niet schrikken, maar doorpakken. Het gaat om een visie voor vele jaren. China deed dat eerder al en bovendien veel beter. Dit land snapte al snel dat klimaattechnologie essentieel wordt. En dat het een verdienmodel is. Maar Europa kan dus alsnog aanhaken. Daarvoor is een brede Europese samenwerking en een visie die verdergaat dan enkele jaren cruciaal. Want om daadwerkelijk te kunnen concurreren met landen als China zal Europa sneller en efficiënter moeten samenwerken, zowel op nationaal als op Europees niveau. Alleen dan kan onze batterijsector een sleutelrol spelen in de energietransitie en een duurzame toekomst voor onze regio veiligstellen.
Die samenwerking laat nu te wensen over. Daardoor gaat er veel tijd verloren. Jammer, want wij moeten elkaar sneller vinden en samenwerking op Europees niveau is essentieel. Helaas is dat lastig uit te leggen in een omgeving waar in groeiende mate in lidstaten een steeds nationalistischer geluid te horen is.
