De Italiaanse regering van premier Georgia Meloni gaat flink in de fondsen snijden die waren vrijgemaakt om de nationale auto-industrie te ondersteunen.
In de periode 2025 tot en met 2030 zou oorspronkelijk 5,8 miljard euro beschikbaar zijn voor de Italiaanse autosector, maar Meloni laat nu 4,6 miljard euro van dit bedrag overhevelen naar andere fondsen, zo blijkt uit de Italiaanse regeringsbegroting.
De Italiaanse ingreep komt op een kritiek moment voor de Europese autosector, die sinds dit voorjaar gebukt gaat onder dalende interesse voor haar elektrische modellen en winstwaarschuwingen. Ook het afnemende aantal klanten in China baart zorgen. Europese fabrikanten dreigen daar uit de markt gedrukt te worden.
De vertraging van de verkoopgroei van elektrische auto’s in Europa, deels veroorzaakt door zwalkend beleid op het gebied van ‘groen moet je doen’. Het Italiaanse begrotingsbesluit kon binnen de hierboven geschetste context dan ook niet op een slechter moment komen. Na een lobby van de directeur van ANFIA, de Italiaanse belangenorganisatie van autofabrikanten, heeft de politieke partij Partito Democratico om het vertrek van de Italiaanse minister van industrie gevraagd.
Het besluit van de regering-Meloni zal de toch al gespannen verhoudingen met het Frans-Italiaanse autoconcern Stellantis waarschijnlijk verder doen verzuren. De Italiaanse premier ligt al tijden op ramkoers met de fabrikant van onder andere Alfa Romeo, Maserati, Lancia en bovenal Fiat.
Meloni was om nationalistische redenen mordicus tegen de fusie van Fiat Chrysler Automobiles met het Franse Peugeot SA. Ook neemt zij het Stellantis kwalijk dat veel nieuwe modellen in fabrieken in het buitenland worden gebouwd waar goedkoper geproduceerd ka worden. Het gefuseerde autoconcern vindt op zijn bedrijf dat de regering-Meloni de vergroening van de Italiaanse auto-industrie veel meer zou moeten stimuleren, bijvoorbeeld door kopers van een elektrisch model subsidie te geven.
Voor 4,6 miljard euro snijden in overheidssteun heeft volgens critici juist een averechts effect op de verduurzaming. Maar we zien ook in andere landen waar inmiddels een rechtse wind waait, waaronder Nederland, dat vergroening van de maatschappij en de economie geen topprioriteit is voor zittende regeringen omdat dit onderwerp electoraal gezien niet bijster interessant is.
Meloni mag Peugeot SA en diens topman Carlos Tavares op haar knietjes danken want zonder financiële injectie van dit Franse bedrijf was er geen volledig elektrische Alfa Romeo of Jeep geweest, en zou een comeback van Lancia uit zijn gebleven. En Fiat zou in nog zwaarder weer zijn geraakt zonder knowhow en inkoopkracht van wat nu Stellantis heet. Maar de hand in eigen boezem steken, daar zijn Italianen ongeacht hun sekse, niet goed in.
Het is evenwel begrijpelijk dat veel Italianen het zuur vinden dat in hun land dit jaar waarschijnlijk minder dat 300.000 auto’s gebouwd zullen worden terwijl er in 2000 nog 1,4 miljoen exemplaren de nationale fabrieken verlieten. Het ligt aan falend modellenbeleid dat nu slechts een vijfde van de Italiaanse productiecapaciteit benut wordt. Maar het gaat om fouten die grotendeels in het tijdperk gemaakt zijn toen Fiat Chrysler Automobiles nog zelfstandig was.
Tavares is in zekere zin nog steeds bezig met puin ruimen. Iedereen weet dat je moet verbouwen als de zon schijnt. Dat Meloni nu zorgt voor een weersverandering door een groot deel van de 5,8 miljard euro aan steun weg te snijden, is bijzonder dom. Eind vorig jaar was nog maar een half procent van alle auto’s in Italië elektrisch. Zonder koopprikkels van de overheid worden dat er niet snel meer, en dat raakt vooral Fiat en haar 500e.
