Het is niet de vraag óf de Verenigde Staten vanuit de Europese Unie geïmporteerde producten hoger gaat belasten, maar wanneer. Er wordt gesproken over een extra tarief van 20 procent. De nieuwe Amerikaanse president Donald Trump wil hiermee vooral autofabrikanten uit Duitsland treffen.
Het is Trump een doorn in het oog dat er in zijn land zoveel Duitse auto’s rondrijden die niet lokaal gebouwd worden. Anders gezegd: er worden door merken als BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep te veel geëxporteerd. De Duitse autoproducenten moeten van Trump meer ‘Amerikaans’ worden door in zijn land extra fabrieken te openen. Om dat doel te bereiken, wil hij de invoertarieven verhogen. Met het bouwen van extra fabrieken op Amerikaanse bodem zijn natuurlijk hoge kosten gemoeid, zo erkent Trump, maar daar staan veel voordelen tegenover: lagere lokale belastingen, minder bureaucratie en lagere energiekosten.
De Verenigde Staten zijn voor de Duitse autofabrikanten niet de belangrijkste afzetmarkt (dat is China), maar de Amerikanen zijn wel een belangrijke klant voor de dure modellen met een verbrandingsmotor. Daarvan wordt de verkoop in China fiscaal ontmoedigd en tot nu toe lukt het BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep niet goed om dat te compenseren met zogeheten New Energy Vehicles (modellen met een stekker). Als het om dat soort auto’s gaat, kan de Chinese consument voor een lagere prijs bij lokale fabrikanten terecht die modellen in de showrooms hebben staan die minstens net zo goed zijn.
De Volkswagen Groep is overigens al bezig met de bouw van een tweede fabriek in de Verenigde Staten. Die is echter voor het nieuwe merk Scout bestemd. Het is de bedoeling dat vanaf 2027 in Blythewood grote aantallen elektrische pick-ups en SUVs van de band gaan rollen. Met de bouw van deze fabriek is een investering van 2 miljard dollar gemoeid. BMW investeert een miljardenbedrag in uitbreiding van haar fabriek in Spartanburg om die locatie geschikt te maken voor de bouw van diverse elektrische SUV modellen. Momenteel lopen daar de types X3 t/m XM van de band.
Maar vooralsnog is het stilte voor de storm. Trump is begonnen met het afkondigen van hogere importtarieven voor producten uit Mexico en Canada. In eigen land gaat er een streep door de overheidsdoelstelling dat de helft van alle nieuw verkochte auto’s in 2030 elektrisch moeten zijn. In dit kader zal Trump naar verwachting de aanschafsubsidie voor dit soort personenwagens afschaffen. Dit betekent dat de autoconsument niet langer 7.500 dollar kan aftrekken van de te betalen belasting. Voor gebruikte elektrische auto’s gaat het om 4.000 dollar. Trump gaat vermoedelijk ook het mes zetten in de subsidies die fabrikanten ontvangen bij binnenlandse productie van elektrische auto’s en batterijen. De nieuwe Amerikaanse president is van mening dat de stimulering van de verkoop van elektrische auto’s, evenals de uitrol van laadinfrastructuur, aan de markt overgelaten moet worden.
Per 4 februari voert de Verenigde Staten een importheffing in van 25 procent op producten uit Canada en Mexico. Daarna zal Europa aan de beurt zijn: “Ze profiteren echt van ons, weet u”, zo verklaarde Trump tegen de pers. “We hebben een tekort van 300 miljard dollar (omgerekend afgerond 290 miljard euro, red.). Ze nemen onze auto’s noch onze agrarische producten af. Bijna niks eigenlijk en wij kopen alles in Europa: miljoenen auto’s en enorme hoeveelheden landbouwproducten”. De inschatting van onderzoeksbureau Moody is dat de importheffing voor Europa uitkomt op 10 procent. Ook verhoogt Trump naar verwachting het importtarief op elektrische auto’s uit China naar 100 procent. Dat was al eerder aangekondigd door zijn voorganger, Joe Biden.
Trump zal waarschijnlijk ook de regelgeving rondom autonoom rijden versoepelen. Daardoor hoeven bedrijven die experimenteren met de hiervoor benodigde technologie zich niet meer voor elk ongeluk te melden bij de veiligheidsautoriteiten. Voor Tesla eigenaar Elon Musk, tevens sponsor en onderdeel van het ‘Team-Trump’, is dat van cruciaal belang.
Elektrische auto’s hebben in de Verenigde Staten nu een marktaandeel van 8 procent. Als de subsidies wegvallen, dan zal de vraag naar dit soort personenwagens afnemen. Een uitzondering zou de staat Californië kunnen zijn. Die heeft aangekondigd dat het bij haar eerdere doel blijft om in 2035 alleen nog maar de verkoop van elektrische auto’s toe te staan. Een groot aantal andere staten overwegen om een deel van de betreffende wetgeving over te nemen. Gezien de marktomvang van die staten, hoeven de autofabrikanten niet bang te zijn dat de vraag naar elektrische auto’s helemaal verdampt.
Tesla denkt niet hard geraakt te worden door het wegvallen van de koopsubsidie op elektrische auto’s. Deze autofabrikant is een dermate grote speler op dit vlak dat haar schaalvoordelen de 7.500 dollar aan overheidssteun die per auto komt te vervallen prima kan opvangen. Bovendien heeft zij geen fabrieken in Mexico of Canada. Ford, General Motors en Canada wel. Die zullen alle drie getroffen worden door de hogere importtarieven. Door het schrappen van de overheidssubsidie hebben diverse andere autofabrikanten hun introductieplannen voor nieuwe elektrische personenwagens aangepast. Nissan ziet af van lokale productie van een nieuw model en Volkswagen heeft besloten om de ID.7 toch maar niet in de Verenigde Staten op de markt te brengen. Dat betekent minder concurrentie voor Tesla.
Met name Stellantis wordt hard geraakt door de hogere importheffing op producten uit Canada en Mexico. De in de Verenigde Staten aan de man gebrachte auto’s komen voor een aanzienlijk deel uit deze land. Het gaat daarbij om een veel groter percentage dan bij andere autofabrikanten. Stellantis realiseerde in 2023 een kwart van zijn verkopen in de Verenigde Staten, maar het land was goed voor 45 procent van de winst. Een heffing van 25 procent op Canadese en Mexicaanse import kan er toe leiden dat er bij Stellantis ruim 15 procent minder geld aan de strijkstok blijft hangen.
Voor de Volkswagen Groep geldt min of meer hetzelfde. Bij dit autoconcern is de Verenigde Staten goed voor 7,9 procent van de verkopen, maar omdat het daarbij om relatief dure SUV modellen gaat, waaronder exemplaren van de dochters Audi en Porsche, is de winstbijdrage veel groter. De Volkswagen Groep is extra kwetsbaar omdat Porsche geen enkele fabriek op het Noord-Amerikaanse continent heeft en Audi alleen in Mexico. Voor beide dochtermerken geldt dat een heffing van 10 procent op Europese import en 25 procent op Mexicaanse producten de bedrijfswinst van de Volkswagen Groep ruim 10 procent kan verminderen. Bovendien kan het nieuwe beleid van Trump een resoluut einde maken aan de plannen van Cupra om haar auto’s in de Verenigde Staten te gaan verkopen. Die moeten allemaal vanuit Europa of Mexico aangevoerd worden.
Net als bij BMW is ook de Amerikaanse fabriek van Volvo gespecialiseerd in de productie van SUV modellen: naast de eigen EX90 ziet aldaar de Polestar 3 het levenslicht. Dit is een veel schaarser portfolio dan bij BMW, dat voor haar Amerikaanse klanten alleen de X1 en X2 hoeft te importeren. Bij Volvo gaat het om de XC40, EC40, XC60 en XC90, en binnenkort ook om de EX30. Die moeten allemaal vanuit Europa worden aangevoerd. Een extra importheffing van 10 procent kan de winst van Volvo met meer dan 15 procent verminderen.
De Japanse en Zuid-Koreaanse autofabrikanten worden veel minder hard geraakt. Toyota, Nissan, Honda, Subaru, Mazda, Hyundai en Kia hebben samen 16 fabrieken in de Verenigde Staten. Ongeveer de helft van de in dit land verkochte auto’s van de genoemde merken wordt lokaal gebouwd. Opschaling van de productie is relatief eenvoudig. Toyota is in Verenigde Staten bijna de grootste autofabrikant en wordt dus niet harder door de nieuwe importheffing van Trump geraakt dan Ford of General Motors. Hoezo America First?
