Ik herinner het mij nog goed: tijdens mijn studie Planologie aan de Universiteit van Amsterdam zaten ik en een aantal andere studenten, nu een kleine 40 jaar geleden, in een zaaltje te wachten voor een college van het bijvak Demografie. De docent was te laat. Toen hij eindelijk binnenkwam, excuseerde hij zich: het frame van de bestuurdersstoel in zijn auto had het begeven.
Dat was niet alleen opvallend omdat de docent zeker niet (te) hoog zou hebben gescoord qua toen nog niet bestaande BMI, maar ook omdat zijn auto eigenlijk net nieuw was. Hij vertelde dat hij naar de dealer was gereden, maar daar was hem verteld dat reserve-onderdelen slecht leverbaar waren en dat dit nog wel even kon gaan duren. Als er überhaupt ooit een vervangend frame opgestuurd zou worden want dat was bij de autofabrikant in kwestie altijd maar afwachten. Er zat dus weinig anders op dan nog een tijd(je) rond te rijden op zijn scheef staande stoel.

De betreffende docent had namelijk een Yugo gekocht en bij de betreffende Zastava dealer zijn Honda Civic ingeruild. Ik weet nog precies wat ik toen dacht toen hij over deze zakelijke transactie vertelde: “Arme man”. Want in 1982 hoefde je geen hogere autokunde gestudeerd te hebben om te weten dat je er verstandig aan deed om met de grootst mogelijke bocht om de Zastava rotzooi uit Joegoslavië heen te lopen. Als het dan toch perse Oost-Europees moest zijn, koop dan in vredesnaam een Lada of een Skoda.
De betreffende docent had vermoedelijk meer verstand van demografische transitiemodellen dan van auto’s. En tja, die Zastava Yugo was toch ongeveer even groot als zijn Civic? Beide modellen hadden voorwielaandrijving, een derde deur, een 4 cilinder motor dwars voorin staan en een instrumentarium dat uit 2 ronde klokken bestond. Dus wat kon er mis gaan? Nou, om te beginnen de een van inferieur staal vervaardigd stoelframe dat zich al na enkele man begaf. Let wel: om te beginnen. Na het collegejaar ben ik de docent uit het oog verloren, maar ik moet nog wel eens aan hem denken. Arme man.

Verzachtende omstandigheid was dat de Zastava Yugo er voor jaren-80 begrippen niet onaardig uit zag. Eigenlijk was het ontwerp een voorstel voor een compact Fiat model. De Italianen wilden echter iets minder behoudends en dat resulteerde in de Panda en Uno. Zastava, waar Fiat nauwe banden mee had, kreeg het Yugo-ontwerp in de schoot geworpen. Die bouwde sowieso al een 5-deurs versie van de Fiat 128 dus hoefde zijn assemblagelijn niet drastisch aan te passen. Zeker niet als bouwkwaliteit geen topprioriteit hoefde te zijn.
Bij de als ‘kritisch’ bekendstaande Europese autoconsument werd de Zastava Yugo geen groot succes (al was er ook zeker geen sprake van een flop), maar in de Verenigde Staten werd het model kortstondig wel een enorme verkoop hit. Dat kwam om te beginnen door zijn prijs van slechts 3.990 dollar: op de Amerikaanse markt geen enkele andere nieuwe auto zo goedkoop. Zastava had nooit eerder zaken gedaan in de Verenigde Staten en besloot van ‘Yugo’ de lokale merknaam te maken. Een meesterzet. En de bouwkwaliteit dan? Een inspectie in de showroom leverde heus wel wat verbeterpunten op, maar voor een volk dat was opgegroeid tussen de AMC Gremlin, de Chevrolet Vega en de Ford Pinto was de (Zastava) Yugo best te pruimen. Maar uit elkaar vallen, dat deed deze Oost-Europeaan aldaar ook. Evenals al in de folder roesten. En airco monteren in een auto die sowieso een voor Amerikaanse begrippen minimale motor van 1.116 cc onder de kap had, was op z’n zachtst gezegd gewaagd. De Yugo piekte dus maar kort in de verkoopstatistieken. Amerikanen kwamen er al snel achter dan de slechtste, nieuw verkrijgbare auto moest zijn, dus jij kan je voorstellen dat al snel duidelijk werd dat de inruilwaarde 2 keer niks zou zijn. Na een paar jaar was de Yugo weer van de Amerikaanse markt verdwenen.

Maar de Yugo is niet dood, zo blijkt. Er zijn namelijk plannen om onder deze naam weer auto’s te gaan verkopen. Niet door Zastava (haar Servische fabriek valt tegenwoordig onder de Stellantis paraplu), maar door een nieuwe onderneming. Het initiatief is ergens ook wel weer begrijpelijk want als bijzonder lelijke honden in de ogen van de mens iets aandoenlijks kunnen krijgen, bereikte de beroerd rijdende en slecht afgewerkte Yugo bij Amerikanen een cultstatus.
De merkrechten op Yugo zijn naar verluidt veiliggesteld door prof. dr. Aleksandar Bjelić; een universitair docent met banden met de auto-industrie in Duitsland. Hij heeft de Servische designer Darko Marčeta ingehuurd om te helpen bij het ontwerpen van het uiterlijk van het nieuwe model. De eerste schetsen die nu openbaar zijn geworden, tonen een hoekige, maar modern ogende kleine auto. Naast een stukje eenvoud, zit er ook een vleugje ‘retro’ in het design. Aangezien het een auto betreft die de naam Yugo zal dragen, is het de bedoeling dat hij goedkoop wordt. Bjelić is daarom van plan om de elektrificatie-trend te laten voor wat die is en de Yugo van een verbrandingsmotor te voorzien om zo de kosten laag te houden. Hij is nog op zoek naar partner oftewel een gevestigde autofabrikant die een platform beschikbaar wil stellen.

Momenteel wordt er gewerkt aan kleimodellen, met als doel om het eerste prototype van een nieuw Yugo model officieel te onthullen op de Wereldtentoonstelling van Belgrado in 2027. Wellicht dat wij daar het geesteskind van Bjelić inderdaad te zien krijgen, tenminste, als het project niet eerder een zachte dood gestorven is. Want de professor heeft ook nog geen goedkope productielocatie gevonden. En Zastava schreef zeker geschiedenis met de Yugo, maar niet in positieve zin. Daardoor is een comeback à la de Renault 5 kansloos.
