Het is geen toekomstig model en ook geen conceptstudie. De Renault Emblème is een “demo-auto”. Het is in de eerste plaats bedoeld om de toekomstige stijlrichting van Renault te schetsen, maar het voertuig belichaamt ook de ambities van Renault om de CO2-voetafdruk van haar toekomstige modellen te verkleinen.
De Renault Emblème is niet compleet nieuw want hij werd afgelopen oktober al voorgesteld op de Autosalon van Parijs. Op de stand van de fabrikant werd hij echter, en dat is nog zacht uitgedrukt, totaal niet opgemerkt door de andere nieuwe modellen van het Franse automerk, namelijk de 5 E-Tech, de 4 E-Tech en de toekomstige Twingo. Vandaag is het moment om de Emblème eens van dichterbij te bekijken. Zoals de naam al doet vermoeden is het een symbool. Ja, van wat eigenlijk?

Om te beginnen biedt de Emblème een inkijkje in de toekomstige designrichtingen van Renault. Maar het is anderzijds vooral een ‘rijdend ‘laboratorium’ die de doelstellingen en ambities van het Franse automerk belichaamt om zijn toekomstige modellen CO2-neutraal te maken. Renault beweert dat de Emblème zijn CO2-voetafdruk met 90 procent vermindert ten opzichte van een model met benzinemotor, waarbij de referentie een Captur uit 2019 is. Ja, 90 procent minder uitstoot over de hele levenscyclus, van ontwerp tot recycling, “van wieg tot graf” volgens de projectmanager van de auto, Pascal Tribotté. Het is een enorme uitdaging.
Maar voordat we het over ecologie gaan hebben, bekijken we eerst de designkenmerken van deze grote liftback van 4,80 meter lang en 1,52 meter hoog, waarvan het profiel tussen dat van een cross-over en een shooting brake in zit. Omdat sommige stylingelementen van de Emblème in de toekomst in productiemodellen van Renault vinden moeten zijn.
Het eerste dat opvalt, zijn de rondingen van de carrosserie. Vooral op profiel- en motorkapniveau. Het is alsof we terugkeren naar de hoogtijdagen van het biodesign bij Renault eind jaren negentig (zoals bij de eerste generatie Mégane en Scénic), die ook zichtbaar zijn in de creaties van Laurens Van den Acker, van vóór Gilles Vidal, die weer scherpere lijnen ging hanteren. En blijkbaar werkt het op het gebied van aerodynamica, want de Emblème heeft een Cx van 0,25, wat erg goed is voor een cross-over.

De voorzijde toont een verlicht en zelfs bewegend logo, aangezien het een klein scherm is, omlijst door zeer fijne optica (waarvan de lichtintensiteit ’s nachts in de stad kan worden verminderd als de wegen aldaar goed verlicht zijn), maar met enorme lichtsignaturen in de vorm van een gestileerde diamant. De motorkap is uitgehold en de luchtstroom wordt door 2 openingen tussen het rooster en de motorkap geleid. Het onderste deel van het rooster heeft een ruitvormig patroon en is actief, wat betekent dat het open en dicht gaat op basis van de koelbehoeften van de mechanische elementen.

Het profiel bestaat, zoals gezegd, uit alleen maar rondingen. Wie goed kijkt, zal opvallen dat er ‘iets’ ontbreekt: de deuren hebben geen achteruitkijkspiegels, laat staan steunen voor een camera-variant. En dat is niet voor niets. De achteruitkijkspiegels zijn inderdaad vervangen door camera’s, maar die zitten in de wielkasten. Het is discreet en verbetert de aerodynamische efficiëntie, maar het is wel erg blootgesteld aan de grillen van andere verkeersdeelnemers en aan het vermogen van de bestuurder om geen krassen of butsen in zijn eigen auto te maken. De handgrepen zijn in de deuren geïntegreerd, verzonken en ‘sensitief’. Ze detecteren de aanwezigheid van de hand (zelfs met handschoenen aan) binnen 0,1 seconde, terwijl ze 50 minder onderdelen gebruiken dan een Mégane-hendel en 60 procent lichter zijn.

De enorme 22 inch velgen zijn ontworpen om zeer aerodynamisch te zijn. Dat is te danken aan een zeer gesloten wieldop. De velgen, die 1 kg lichter zijn dan een conventioneel exemplaar van hetzelfde formaat, voorzien van smalle 215-banden van Michelin banden die speciaal voor een minimale rolweerstand.

Het dak loopt schuin af, waardoor de Emblème de look van een shooting brake krijgt. Het grote panoramische glazen dak is voorzien van fotovoltaïsche cellen. Daarmee kan niet alleen de accu worden opgeladen, maar kan ook de apparatuur aan boord worden bediend.

Het achterste gedeelte is veel meer uitgewerkt, maar komt ook wat druk over. De lichtunits hebben de vorm van een grote gestileerde diamant. Verder zien we een zeer kleine en, nog erger, een ondoorzichtige achterruit. Het zicht naar achteren wordt verzorgd door een camera die de situatie achter de auto via het scherm van de binnenspiegel weergeeft.

De lampen achter hebben een zeer gedetailleerd ontwerp, die een ruitvormig lichtbeeld vormen, en zo de optiek aan de boegzijde nabootsen.

Aan de onderkant van de bumper kan, afhankelijk van de snelheid, een plaat worden uitgeklapt, waardoor de aerodynamische efficiëntie wordt verbeterd. De verlichte merknaam fungeert hier stilistisch als kers op de taart. Het ontwerp heeft iets vrolijks, is meer dan enkel een modieuze gimmick en zal hoogstwaarschijnlijk op toekomstige Renault-modellen te vinden zijn.

