De Zweedse truckfabrikant Scania lijft de Industrial Division van Northvolt in. Het gaat om een fabriek in het Poolse Gdańsk en een R&D-centrum in het Zweedse Tomteboda, met in totaal zo’n 260 medewerkers. Aldaar worden sinds 2017 accumodules en -systemen voor onder meer bouwmateriaal- en mijnvoertuigen ontwikkeld en geproduceerd.
De deal komt niet uit de lucht vallen, Scania was al voor het faillissement van Northvolt met de batterijbouwer in onderhandeling. Het prijskaartje dat aan de deal met de curator hangt, is niet bekendgemaakt.
Nog niet zo lang geleden was Northvolt de trots van Europa op het gebied van batterijen voor elektrische auto’s. Maar het bedrijf is failliet. Dat het Zweedse bedrijf de boeken heeft neergelegd is een harde klap voor de Europese Unie die aangegeven heeft te willen investeren in strategische sectoren zoals de auto-industrie.
Northvolt, opgericht in 2016, wist grote investeerders zoals Volkswagen en Goldman Sachs aan te trekken en haalde meer dan 10 miljard dollar op. Maar het lukte nooit om de productiedoelstellingen te halen. Daarvoor zijn meerdere redenen. In de eerste plaats speelde de zware concurrentie uit Azië de start-up parten. De productiekosten van Northvolt waren veel hoger, waardoor er diep rode cijfers werden geschreven. En tweede aanslag op het voortbestaan van het bedrijf was de beslissing van BMW vorig jaar om een contract van 2 miljard dollar te annuleren. Dat zette de toch al wankele financiële situatie verder onder druk. De schuld liep op tot meer dan 8 miljard dollar en dat was te veel om Northvolt nog te kunnen redden. Het bedrijf vroeg eerst Chapter 11-bescherming aan in de Verenigde Staten en heeft nu ook in Zweden faillissement aangevraagd.
Vorige maand kondigde de Europese Commissie een steunplan aan voor de autosector, inclusief subsidies voor accufabrikanten, maar voor Northvolt kwam dit initiatief te laat. Het illustreert dat de Europese Unie structurele traag reageert en de put pas gaan dempen als het kalf al verdronken is. Europa slaagt er niet in om industrieel klimaat te ontwikkelen waarin strategisch belangrijke sectoren en fabrikanten autonoom kunnen floreren. Inmiddels is meer dan 90 procent van de markt voor batterijen voor elektrische auto’s in handen van bedrijven uit Azië, vooral uit China en Zuid-Korea. In plaats van een sterk Europees ecosysteem op te bouwen, vertrouwde men in Brussel te lang op de ‘onzichtbare hand’ van de vrije markt. Dit betekende dat Northvolt zonder proactief beleid moest opboksen tegen concurrenten die veel staatssteun en miljardeninvesteringen ontvingen. Dat was een strijd die het bedrijf niet kon winnen.
Het faillissement van Northvolt onderstreept de noodzaak om Europa’s economische model voor het veilig stellen van industriegroepen die strategisch belangrijk zijn te herzien. Een liberaal beleid is niet voldoende. De Verenigde Staten en China subsidiëren hun auto-industrie massaal, maar in Brussel komt men niet veel verder dan verruiming van het schuldenbeleid. Maar dat is geen garantie voor innovatie en technologische soevereiniteit.
