Het grillige tariefbeleid van de Amerikaanse regering duurt voort. Het laatste hoofdstuk gaat over een mogelijke vrijstelling van heffingen voor autofabrikanten. Zoals gewoonlijk zijn de aankondigingen vaag. De beurzen reageerden desondanks positief.
De Amerikaanse president Donald Trump heeft autofabrikanten beloofd dat ze op zijn minst tijdelijk worden vrijgesteld van zijn vergaande importheffingen. Trump zei dat de autofabrikanten nog wat meer tijd nodig hadden om bij hun toeleveringsketens om te schakelen naar productie van onderdelen in de Verenigde Staten. Daarom onderzoekt hij momenteel hoe hij fabrikanten kan helpen. Trump gaf geen details over hoe de specifieke maatregelen eruit zouden zien of hoe lang ze zouden duren.
Trump had invoerrechten van 25 procent opgelegd op voertuigen die naar de Verenigde Staten worden geëxporteerd. Vanaf begin mei volgen ook invoerrechten op geïmporteerde onderdelen. Tegelijkertijd zijn sommige voertuigen uit Mexico en Canada al vrijgesteld onder een Noord-Amerikaanse handelsovereenkomst. Aandelen van de Amerikaanse autogiganten General Motors en Ford stegen direct na Trumps aankondiging. Maar ook de aandelen van de Europese fabrikanten BMW, Mercedes-Benz, Porsche en Volkswagen stegen, namelijk met 2,7 tot 3,8 procent.
De regering van Trump had afgelopen weekend al elektronische producten zoals smartphones en laptops uit China vrijgesteld van de extra invoerrechten van 125 procent. Een grote winnaar van deze stap is Apple: het overgrote deel van de iPhones wordt nog steeds in China geproduceerd, ook al heeft het bedrijf de productie in India en Vietnam uitgebreid. Tegelijkertijd benadrukt het Witte Huis dat de vrijstellingen tijdelijk zijn en dat de elektronica onder de geplande chiptarieven moet vallen.
