Het gaat niet goed tussen de tortelduifjes van vroeger. De voorzitter van Renault heeft ontslag genomen uit de Raad van Bestuur van Nissan en wil nu graag van zijn aandelen in het bedrijf af. Maar tegelijkertijd moeten de Fransen ervoor zorgen dat de Japanners het beter gaan doen, zodat het aandelenbelang niet voor een appel en een ei verkocht hoeft te worden.
Tegenwoordig is de Japanse fabrikant meer dan een steentje in de schoen van Renault. Om precies te zijn: het is een steen met een waarde van 2,2 miljard euro. Althans, voor dat bedrag staat het belang dat Renault in Nissan heeft in de boeken. Maar het lijkt onmogelijk om er daadwerkelijk zoveel geld voor te krijgen. Dit doemscenario houdt de gemoederen op het hoofdkantoor van Renault bezig. Aldaar zijn er tegenwoordig taboewoorden die je in de wandelgangen beter niet kan noemen. Om een salarisverhoging van het management te krijgen, kun je Nissan beter niet noemen.
De voormalige verloofde van de alliantie is een blok aan de been geworden voor Renault. Het enige positieve wat opgemerkt kan worden over de kwestie, is dat – als de banden met Nissan zijn doorgesneden – de voormalige partner niet verandert in een te duchten concurrent, maar de status van een terminale patiënt heeft. Renault weet dat het een aflopende zaak is, maar probeert de scheiding toch tot een goed einde te brengen. Dat valt nog niet mee, want Nissan heeft zijn handen vol aan het koersen naar rustiger vaarwater dus voor een dialoog met Renault menen de Japanners momenteel echt geen tijd te hebben.
Zoals het zakendagblad Les Echos onlangs meldde, zijn de relaties tussen beide partijen zo gespannen dat tijdens vergaderingen, die uiteraard ’s nachts en via video plaatsvinden, vragen van Renault-deelnemers systematisch worden afgekapt en de uitzending wordt onderbroken tot het volgende agendapunt. Waarom? De advocaten van Nissan zijn van mening dat de Franse fabrikant, aangezien deze ermee had ingestemd zijn stemrecht te beperken tot 15%, niet langer als een grootaandeelhouder beschouwd hoeft te worden. Dat tekent de sfeer.
Inmiddels is Jean-Dominique Senard, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Renault Groep, afgetreden als lid van de Raad van Bestuur van Nissan. Hij heeft dus simpelweg de handdoek in de ring gegooid. De vervanger die Renault voorstelde, werd door Nissan niet gepruimd. Inmiddels zijn er neutrale medewerkers van de bank Natixis en het Franse dochterbedrijf van Credit Suisse aangesteld. Zij hebben als taak de gemoederen te bedaren.
We kunnen ons afvragen wat Renault nog doet in deze chaos en als aandeelhouder van Nissan, dat vorige week bekendmaakte een verlies van meer dan 4 miljard dollar te hebben geleden en alleen Carlos Ghosn nog gelukkig maakt (die vanuit zijn vergulde Libanese gevangenis berichten in de media verspreidt in de trant van: “in mijn tijd was het anders”)? Maar Renault staat met de rug tegen de muur. Als het zijn aandelen in Nissan nu zou verkopen, zou dat miljarden kosten. Immers, het gaat nog altijd een belang van 35,7 procent in de Japanse branchegenoot. De waarde van deze aandelen is in een paar maanden tijd 36 procent gedaald. Het gevolg: Renault krijgt de financiële klap, maar geen geld. Integendeel: de Franse schatkist, aandeelhouder van Renault, heeft een boekhoudkundig verlies van 2,2 miljard euro genomen vanwege de precaire situatie bij Nissan.
Dus wat moet Renault doen? Wachten op betere dagen, bidden dat Nissan weer op krachten komt en de Japanners helpen om dit doel te bereiken door de fabriek in India over te nemen en toe te staan dat Nissan platforms van Renault gaat gebruiken voor de productie van de toekomstige elektrische Micra en voor een afgeleide versie van de Twingo.
